Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt x € 204,00)
- nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) en een appartementseigenaar over de betaling van verhoogde VvE-bijdragen. De VvE had in een algemene ledenvergadering besloten de maandelijkse bijdragen met terugwerkende kracht te verhogen. De eigenaar betaalde het oude, lagere bedrag, waardoor een betalingsachterstand ontstond.
De VvE dagvaardde de eigenaar en verkreeg een verstekvonnis dat hem veroordeelde tot betaling van de achterstallige en toekomstige bijdragen. De eigenaar ging in verzet tegen dit vonnis, stellende dat het verzet te laat was en verzocht om matiging van de vordering of een betalingsregeling.
De kantonrechter oordeelde dat het verzet tijdig was ingesteld, omdat de eigenaar pas op 13 maart 2025 kennisnam van het verstekvonnis. Juridisch is de eigenaar als lid van de VvE gebonden aan de besluiten van de vergadering van eigenaars, en zijn verzoek tot vernietiging van het besluit was ingetrokken. De vordering tot betaling van de achterstallige en toekomstige bijdragen, inclusief wettelijke rente, werd dan ook bevestigd.
Een verzoek tot matiging van de vordering werd afgewezen wegens het ontbreken van een juridische grondslag. De kantonrechter verwees de eigenaar voor een betalingsregeling naar de VvE, omdat hij daartoe zelf niet bevoegd was. Het verstekvonnis werd bekrachtigd en de eigenaar werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en de eigenaar veroordeeld tot betaling van achterstallige en toekomstige VvE-bijdragen met proceskosten.