Deze civiele zaak betreft een geschil over de koop van een woning te [woonplaats], waarbij eisers stellen dat de woning non-conform was en dat sprake is van dwaling. De woning werd in 2022 gekocht en geleverd, waarna in 2023 klachten werden geuit over onder meer de meterkast, vochtdoorslag en tuinonderhoud.
Eisers vorderen een schadevergoeding en gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst, stellende dat gebreken het gebruik als woonhuis belemmeren. De rechtbank beoordeelt de koopovereenkomst en de ouderdomsclausule, en concludeert dat eisers de woning met alle zichtbare en onzichtbare gebreken hebben aanvaard, tenzij deze het normale gebruik als woonhuis wezenlijk verhinderen.
De rechtbank oordeelt dat de gestelde gebreken niet zodanig zijn dat het gebruik als woonhuis wordt belemmerd, mede omdat deze gebreken bekend of kenbaar waren. Ook het beroep op dwaling faalt, omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet hadden gekocht indien zij van de gebreken hadden geweten. De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.