ECLI:NL:RBLIM:2025:8348
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- E.W.M. Heymans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Verzoekster woont met haar twee minderjarige kinderen in een woning waar op 21 mei 2025 een hennepkwekerij met 118 planten is aangetroffen. De burgemeester heeft de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor drie maanden gesloten vanwege de omvang en ernst van de overtreding, de diefstal van elektriciteit en de ligging in een kwetsbare wijk.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening, stellende onder meer dat zij psychisch kwetsbaar is, de kwekerij door derden is opgezet, zij een bijzondere binding met de woning heeft en problematische schulden heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenredig is.
De verwijtbaarheid van verzoekster wordt als voldoende aangemerkt omdat zij wist van de kwekerij en geen bewijs is geleverd van dwang. De psychische kwetsbaarheid en de situatie van het jongste kind zijn onvoldoende onderbouwd om bijzondere binding aan te nemen. Ook is niet aannemelijk dat verzoekster geen vervangende woonruimte kan vinden.
De voorzieningenrechter concludeert dat de belangen van verzoekster zwaarder wegen dan de belangen van de burgemeester en dat de sluiting niet onevenredig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, en het besluit tot sluiting blijft van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.