Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:830

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
11349272 \ CV EXPL 24-5142
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:96 lid 2 sub b BWArt. 6:119 BWArt. 7:750 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling vervangende schadevergoeding wegens niet deugdelijk uitgevoerde werkzaamheden

Eiseres sloot met gedaagde een aannemingsovereenkomst voor werkzaamheden aan haar woning, gebaseerd op een geaccepteerde offerte van €29.294,10 inclusief btw. Gedaagde voerde de werkzaamheden niet deugdelijk uit, waarop eiseres hem herhaaldelijk aansprak en gelegenheid gaf tot herstel. Deskundigen constateerden gebreken en stelden herstelkosten vast.

Eiseres zette de nakomingsverplichting van gedaagde om in een verplichting tot betaling van vervangende schadevergoeding van €14.951,85 inclusief btw, vermeerderd met wettelijke rente en bijkomende kosten. Gedaagde reageerde niet na uitstel en betwistte noch de tekortkoming noch de hoogte van de vordering.

De kantonrechter stelde vast dat de vordering toewijsbaar is, inclusief de expertisekosten van €4.531,45 en buitengerechtelijke kosten van €979,52. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen, de proceskosten van €1.525,59 en de wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11349272 \ CV EXPL 24-5142
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonend te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: ARAG SE,
tegen
[gedaagde] ,handelend onder de naam
[handelsnaam],
wonend te [woonplaats 2] , zaakdoende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
- € 14.951,85 inclusief btw aan (vervangende) schadevergoeding, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,
- € 979,52 althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,
- € 4.531,45 aan expertisekosten,
- de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
2.2.
Aan haar vordering legt [eiseres] ten grondslag dat [gedaagde] haar een offerte heeft toegezonden in verband met het uitvoeren van werkzaamheden aan haar woning voor een totaalbedrag van € 29.294,10 inclusief btw. [eiseres] heeft deze offerte geaccepteerd, waarmee een overeenkomst van aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 en Pro verder BW tussen partijen tot stand is gekomen. [gedaagde] heeft de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk uitgevoerd. [eiseres] heeft [gedaagde] hierop meermaals aangesproken, hem in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden alsnog deugdelijk na te komen en de gebreken te herstellen. In opdracht van [eiseres] hebben deskundigen de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden beoordeeld en rapporten uitgebracht. Beide deskundigen hebben gebreken geconstateerd en een schatting gegeven van de herstelkosten. Bij brief van 27 mei 2024 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] de verbintenis van [gedaagde] tot nakoming omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding ex artikel 6:87 BW Pro. Blijkens de offertes zijn de kosten om de gebreken te herstellen en de werkzaamheden alsnog deugdelijk uit te voeren en af te ronden begroot op € 14.951,85 inclusief btw.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de aanneemovereenkomst en dat die verplichting is omgezet in een verplichting tot betaling van vervangende schadevergoeding. De hoogte van de hoofdsom is door hem ook niet weersproken, zodat dit deel van de vordering voor toewijzing gereed ligt.
3.2.
De niet weersproken expertisekosten van € 4.531,45, die zijn gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, kunnen op de voet van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro worden toegewezen.
3.3.
De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke rente ligt eveneens voor toewijzing gereed.
3.4.
[eiseres] heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, zodat deze vordering ook zal worden toegewezen.
3.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
141,59
- griffierecht
706,00
- salaris gemachtigde
543,00
(1,00 punten × € 543,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.525,59
3.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:
- € 14.951,85 inclusief btw aan (vervangende) schadevergoeding), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,
- € 979,52 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,
- € 4.531,45 aan expertisekosten,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.525,59, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.
CJ