ECLI:NL:RBLIM:2025:8138
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van Opiumwet wegens drugsaanwezigheid
Verzoekster woont in een koopwoning waarin de politie op 13 januari 2025 diverse drugs en wapens aantrof. De burgemeester besloot op grond van artikel 13b Opiumwet de woning voor zes maanden te sluiten. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is omdat verzoekster in de woning woont en geen alternatieve woonruimte heeft. Hoewel de burgemeester bevoegd is en de noodzaak van sluiting niet wordt betwist, is de evenredigheid wel ter discussie gesteld vanwege het tijdsverloop en de medische problematiek van verzoekster.
De rechter stelt vast dat de burgemeester zorgvuldig en voortvarend heeft gehandeld en het tijdsverloop niet afdoet aan de noodzaak. Echter, gezien de ernstige psychische klachten van verzoekster, haar afhankelijkheid van haar woning als veilige plek en de zorg voor huisdieren, is sluiting op dit moment onevenredig en risicovol.
De voorzieningenrechter beveelt de burgemeester aan een lichter middel te overwegen en wijst de voorlopige voorziening toe, waardoor de sluiting wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.