Eiser en gedaagde zijn ex-echtgenoten die na hun echtscheiding afspraken maakten over de verdeling van de restschuld van hun voormalige echtelijke woning. De woning werd in mei 2018 verkocht met een restschuld van €83.647,18. Beiden sloten afzonderlijke betalingsregelingen met Finqus B.V., waarbij eiser meer betaalde dan gedaagde. Eiser vordert nu regresbetaling van het meerdere dat hij heeft afgelost.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De betalingsregeling met Finqus B.V. beïnvloedt niet de onderlinge verdeling van de schuld, die volgens het echtscheidingsconvenant gelijk is. Omdat eiser meer dan zijn aandeel heeft betaald, is zijn regresvordering gegrond.
Gedaagde voerde verweer onder meer op verjaring en redelijkheid en billijkheid, maar slaagde hier niet in. De verjaringstermijn is nog niet verstreken en het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt omdat partijen dit hadden kunnen regelen bij het convenant. Verrekening van andere vorderingen wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid.
De vordering tot wettelijke rente en incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van wettelijke vereisten. Proceskosten worden gecompenseerd. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €11.346 aan eiser, uitvoerbaar bij voorraad.