Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de beschikking van deze rechtbank van 7 mei 2025;
- de akte d.d. 3 juni 2025 van de vrouw;
- de akte d.d. 1 juli 2025 van de man.
2.De verdere beoordeling
rechtsgeldigetalaq.
Rechtbank Limburg
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van een talaq (eenzijdige verstoting) binnen een Iraaks huwelijk centraal. De rechtbank kwam terug op een eerdere beslissing waarin was geoordeeld dat de man zijn vrouw had verstoten, nadat het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) had geadviseerd dat niet aan de voorwaarden voor een rechtsgeldige talaq was voldaan volgens het Iraakse Personal Status Law (IPSL).
De rechtbank overwoog dat volgens het Iraakse recht de talaq driemaal op verschillende momenten en in aanwezigheid van twee getuigen moet worden uitgesproken om rechtsgeldig te zijn. Uit de verklaringen bleek dat de man slechts eenmaal telefonisch de talaq had uitgesproken zonder getuigen en vervolgens een Whatsapp-bericht had gestuurd, wat volgens het IJI niet rechtsgeldig is. De rechtbank stelde vast dat de man zich niet rechtstreeks tot zijn vrouw had gewend bij het uitspreken van de talaq en dat de vereisten niet waren vervuld.
Verder behandelde de rechtbank verzoeken van beide partijen om de ander te veroordelen tot medewerking aan de talaq respectievelijk kuhl (wederzijdse scheiding). Gelet op de Wet Tegengaan huwelijkse gevangenschap en relevante jurisprudentie oordeelde de rechtbank dat geen van beide partijen een zwaarwegend belang had dat een veroordeling rechtvaardigde, mede vanwege gelijkwaardige financiële belangen rondom de bruidsgave.
De rechtbank wees daarom alle verzoeken af en bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot medewerking aan de talaq en kuhl af en bepaalt dat de man niet gehouden is tot betaling van de bruidsgave.