ECLI:NL:RBLIM:2025:7693
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens schijn van partijdigheid gegrond verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.J.M. van Mil, rechter bij Rechtbank Limburg, wegens vermeende schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling. Dit volgde op de afwijzing van een uitstelverzoek voor een zitting over ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kinderen.
Verzoeker stelde dat de rechter door zijn nevenfuncties, eerdere advocatenpraktijk en gedragingen een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid opriep. Ook werd geklaagd over het niet reageren op een schriftelijke reactie, het zelfstandig raadplegen van de schoolwebsite en het ongelijk behandelen van communicatie.
De rechter ontkende partijdigheid en gaf aan dat hij zijn nevenfuncties had neergelegd en geen actuele banden had. Hij motiveerde het afwijzen van het uitstelverzoek onder meer met het tijdig versturen van oproepen en het ontbreken van verplichting tot rechtsbijstand.
De wrakingskamer oordeelde dat de afwijzing van het uitstelverzoek onvoldoende rekening hield met de belangen van verzoeker, die pas laat het rapport van de Raad ontving en wiens advocaat verhinderd was. Ook het eigenstandig feitenonderzoek zonder mogelijkheid tot wederhoor versterkte de vrees voor partijdigheid. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.