Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiser] ,
2.
[eiseres 1],
3.
[eiseres 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De erfgenamen van een overleden eigenaar van een woning vorderden in kort geding de waardeloosverklaring van een hypothecaire inschrijving ten gunste van een inmiddels ontbonden Stichting. Deze Stichting was na een ontbindingsbesluit in 2014 opgehouden te bestaan en in 2015 uitgeschreven uit het handelsregister.
De erfgenamen hadden de woning verkocht en wilden deze vrij van hypotheken leveren, maar de inschrijving stond nog in het Kadaster. Omdat de Stichting niet meer bestaat en geen verklaring van verval kan afgeven, vorderden zij waardeloosverklaring op grond van artikel 3:29 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat de Stichting niet meer als partij kan optreden, maar dat de erfgenamen als onmiddellijk belanghebbenden een zelfstandig belang hebben bij waardeloosverklaring. Uit de stukken en een verklaring van de bewaarder van de boeken bleek dat de lening waarvoor het hypotheekrecht was gevestigd, is afgelost.
De voorzieningenrechter verklaarde de inschrijving waardeloos, wees de vordering uitvoerbaar bij voorraad toe en bepaalde dat het vonnis direct in kracht van gewijsde gaat wegens berusting. De erfgenamen dragen hun eigen proceskosten omdat de gedaagde partij niet meer bestaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de hypothecaire inschrijving waardeloos en bepaalt dat het vonnis direct in kracht van gewijsde gaat.