ECLI:NL:RBLIM:2025:7028
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende inspanningen
De verzoeker heeft op 6 maart 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Na het overleggen van nadere stukken en een zitting op 25 juni 2025, heeft de rechtbank Limburg op 8 juli 2025 uitspraak gedaan.
De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 288 van Pro de Faillissementswet, waarbij goede trouw van de schuldenaar centraal staat. De totale schuldenlast bedraagt €37.679,97 verdeeld over 33 schuldeisers, waaronder een opvallende schuld aan Esso vanwege herhaaldelijk zonder betaling wegrijden na het tanken. De rechtbank oordeelt dat deze schuld niet te goeder trouw is ontstaan en dat de verwijtbaarheid hiervan dermate groot is dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was.
Daarnaast heeft verzoeker onvoldoende aangetoond zich maximaal te hebben ingespannen om zijn schulden te verminderen. Hij werkt niet en zoekt geen baan, mede door langdurige psychische problemen. Hoewel hij hulp heeft gezocht, is er weinig vooruitgang geboekt en heeft hij een passieve houding aangenomen ten aanzien van voorgestelde behandelingen en verplichtingen vanuit de gemeente.
Gezien deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende inspanningen van verzoeker.