ECLI:NL:RBLIM:2025:6961
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende controle verslaving
Verzoeker heeft op 3 april 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 juli 2025 verschenen verzoeker, een beschermingsbewindvoerder en een schuldhulpverlener. De rechtbank toetste het verzoek aan de criteria van artikel 288 lid 1 sub c Faillissementswet Pro en het Landelijk Procesreglement.
Verzoeker heeft jarenlang een drugsverslaving gehad, met name aan cocaïne en speed, maar het is onduidelijk wanneer hij precies is gestopt. Hij gaf aan zonder hulp van derden van zijn verslaving af te zijn, hoewel hij nog regelmatig softdrugs gebruikt. De rechtbank vroeg om aanvullende rapportages van betrokken GGZ-instellingen en een verklaring dat de verslaving onder controle is, conform de beoordelingscriteria.
De gevraagde rapportages en verklaringen werden niet ontvangen, behalve een brief van een persoonlijk begeleider van een zorginstelling die meldde dat er momenteel geen sprake is van drugsgebruik, exclusief softdrugs. De rechtbank oordeelde dat verzoeker nog niet voldoet aan de eis dat de verslaving minimaal een jaar onder controle moet zijn en dat dit door een hulpverlener bevestigd moet worden.
De rechtbank benadrukte dat de schuldsaneringsregeling een zwaar saneringstraject is waarbij de belangen van schuldeisers zwaar wegen. Verzoeker werd geadviseerd zijn verslaving aantoonbaar onder controle te houden en een nieuw verzoek met de juiste verklaring in te dienen. Het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de verslaving minimaal een jaar onder controle is.