ECLI:NL:RBLIM:2025:6672
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bezit en vervoer van lachgas
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het gezamenlijk binnenbrengen, vervoeren en aanwezig hebben van ongeveer 240 kilogram lachgas in Venlo op 7 juli 2023. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring op basis van het gewicht, de etikettering van de cilinders en verklaringen van de verdachten, die aangaven dat het lachgas was gekocht bij een professionele firma in Duitsland.
De verdediging voerde aan dat er geen chemisch NFI-rapport in het dossier aanwezig was om vast te stellen dat de cilinders daadwerkelijk lachgas bevatten. Zonder dergelijk onderzoek kan niet worden bewezen dat het om lachgas ging, aldus de raadsvrouw. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een indicatieve test en bijkomende omstandigheden, zoals eerdere ervaringen met de inhoud van de cilinders, onvoldoende bewijs oplevert.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin bewezenverklaring zonder chemisch rapport mogelijk is, maar alleen bij bijkomende omstandigheden die hier ontbreken. De enkele aanwezigheid van stickers en symbolen op de cilinders is onvoldoende. De officier van justitie kon geen nader onderzoek laten uitvoeren omdat de cilinders vernietigd waren.
Daarom achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Het verzoek tot het horen van de verbalisant werd niet meer behandeld vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de cilinders daadwerkelijk lachgas bevatten.