ECLI:NL:RBLIM:2025:650
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wijziging derde voornaam van minderjarige wegens zwaarwichtig belang
Verzoekers, de ouders van een minderjarige geboren in 2017, hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van de derde voornaam van hun kind. De huidige derde voornaam verwijst naar de oma van moederszijde, met wie de moeder een verbroken relatie heeft en die negatieve herinneringen oproept. Dit veroorzaakt stress en ongemak voor de moeder en het gezin.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarige geen positieve band heeft met oma moederszijde en dat het kind het leuk zou vinden om de nieuwe voornaam te dragen. De ouders hebben het verzoek onderbouwd met het belang van het kind bij een positieve identiteitsontwikkeling zonder negatieve associaties.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een zwaarwichtig belang zoals bedoeld in artikel 1:4 lid 4 BW Pro en dat geen beletselen aanwezig zijn volgens artikel 1:4 lid 2 BW Pro. Daarom wordt het verzoek toegewezen en wordt de wijziging van de derde voornaam gelast. De griffier zal na drie maanden een afschrift van de beschikking zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor verwerking in de geboorteakte.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de derde voornaam van de minderjarige toe.