Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
POLITIE EENHEID LIMBURG,
1.De procedure
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Op 30 juli 2013 liep een medewerker van de regiopolitie Limburg letsel op tijdens een poging om het verzet van eiser in verzet tegen een aanhouding te breken. Gedaagde sub 1 vorderde vervolgens schadevergoeding van eiser in verzet, die niet op zijn woonadres kon worden bereikt, waarna het vonnis van 4 april 2018 bij verstek werd gewezen.
Eiser in verzet stelde verzet in tegen dit vonnis op 19 december 2024, nadat op 14 november 2024 gelden uit beslag waren uitbetaald. De kantonrechter oordeelde dat de verzettermijn op 14 november 2024 begon te lopen en dat eiser in verzet te laat was met het instellen van verzet. Hoewel eiser in verzet stelde pas op 5 december 2024 van het vonnis op de hoogte te zijn gekomen, was hij op 13 november 2024 al bekend met de beslaglegging en vordering.
De kantonrechter verklaarde eiser in verzet niet-ontvankelijk in zijn verzet en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten. Het verzet tegen de Politie werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat de Politie geen partij was in het verstekvonnis.
Uitkomst: Eiser in verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn en veroordeeld in de proceskosten.