Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Inleiding
2.De procedure
- producties 1 t/m 15 van DDD,
- de pleitnota van DSF,
- de pleitnota van DDD.
3.De feiten
4.Het geschil
- primair: vanwege een tijdelijke stoornis van de geestesvermogens ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst (artikel 3:34 BW Pro),
- subsidiair wegens misbruik van omstandigheden (artikel 3:44 lid 1 en Pro 4 BW),
- en meer subsidiair vanwege dwaling (artikel 6:228 BW Pro).
5.De beoordeling
thans is onderworpen aan een witwasonderzoek”.
- stalking omstreeks de periode van 25 februari 2025 t/m 27 april 2025,
- bedreiging met de dood en/of zware mishandeling omstreeks de periode 27 maart 2025 tot en met 28 april 2025 door [naam X] althans de moeder van [bestuurder DDD] (over [bestuurder DDD] ) dreigend de woorden toe te voegen:
- Op 10 april 2025:
- Op 16 april 2025:
“ik ben hiermee niet akkoord.
Ik zeg je eerlijk ik heb getekend voor iets en ik weet niet eens waarvoor. Het enige wat ik in de afgelopen toestand heb gedacht was: ik moet er vanaf. Nu ik weer een beetje aard op de wereld voel ik me ergens genaaid.”
- de geestvermogens van de bestuurder van DDD ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst tijdelijk waren gestoord, en
- dat die stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette.