Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
€ 7.344,51, berekend tot en met mei 2025.
Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd feitelijk bewonen en de woonruimte voor hemzelf en de leden van zijn huishouding gebruiken. Huurder zal in het gehuurde zijn exclusieve hoofdverblijf hebben. Als huurder het gehuurde niet feitelijk bewoont (…), rust de bewijslast dat huurder onafgebroken het hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden op huurder.”