De vrouw vordert in kort geding verlof om lijfsdwang toe te passen tegen de man wegens een alimentatieachterstand van meer dan €40.000, ontstaan door jarenlange niet-nakoming van kinder- en partneralimentatieverplichtingen. De rechtbank Limburg behandelt de zaak en beoordeelt de vordering op basis van eerdere beschikkingen en de financiële situatie van de man.
De man voert verweer met onder meer een beroep op betalingsonmacht en stelt dat hij onvoldoende middelen heeft om te betalen. Hij ontkent het wegsluizen van inkomsten en betwist een luxe levensstijl. De rechtbank constateert echter dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie en geen aannemelijk bewijs heeft geleverd van betalingsonmacht. Bovendien heeft hij geen serieuze pogingen gedaan tot betaling of het treffen van een regeling.
De rechtbank oordeelt dat de man zich onttrekt aan zijn verplichtingen en dat andere dwangmiddelen onvoldoende resultaat hebben opgeleverd. Gezien het belang van de vrouw en de minderjarige wordt het verlof voor lijfsdwang verleend voor een maximale duur van zes maanden. Tevens wordt de man veroordeeld in de proceskosten en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.