Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:5107

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
27 mei 2025
Zaaknummer
11682743 \ CV EXPL 25-2209
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 3.2 huurovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en betaling huurachterstand bedrijfsruimte na beëindiging huurovereenkomst

De zaak betreft een kort geding tussen Lindeboom BV als verhuurder en Momenta BV als huurder van een bedrijfsruimte met afhankelijke woning. De huurovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd per 10 mei 2025, waarna Momenta BV zonder recht en titel in het gehuurde verbleef.

Lindeboom BV vorderde ontruiming van het gehuurde en betaling van een huurachterstand van €30.075,30, alsmede een gebruiksvergoeding vanaf 1 mei 2025 van €7.116,99 per maand, beide vermeerderd met contractuele rente. Momenta BV verscheen niet ter zitting en werd verstek verleend.

De rechtbank stelde vast dat het spoedeisend belang van Lindeboom BV voldoende was aangetoond en kende de ontruiming toe. Tevens werd de geldvordering voor de huurachterstand en gebruiksvergoeding toegewezen, met inachtneming van de contractuele rente. Momenta BV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Momenta BV wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van huurachterstand met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11682743 \ CV EXPL 25-2209
Vonnis in kort geding van 26 mei 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap LINDEBOOM BIERBROUWERIJ BV,
gevestigd te Neer, gemeente Leudal,
eisende partij,
hierna te noemen: Lindeboom BV,
gemachtigde: mr. G. Vansant,
tegen
de besloten vennootschap RESTAURANT MOMENTA BV,
gevestigd te Venlo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Momenta BV,
niet verschenen,
niet geantwoord.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2025.
1.2.
Momenta BV is niet ter terechtzitting verschenen.
1.3.
De dagvaarding voldoet aan de daaraan te stellen eisen, waarna tegen Momenta BV verstek is verleend.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Lindeboom BV vordert samengevat - ontruiming van de bedrijfsruimte met afhankelijke woning aan de [adres] te [plaats] en betaling van de huurachterstand (€ 30.075,30) en de huur/gebruiksvergoeding (€ 7.116,99) vanaf 1 mei 2025tot de dag van ontruiming, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand, kosten rechtens.
2.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

spoedeisend belang
3.1.
Voldoende is gebleken dat Lindeboom BV een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening, zodat zij in zoverre ontvankelijk is in haar vordering. Als onweersproken staat immers vast dat de huurovereenkomst is beëindigd per 10 mei 2025.
ontruiming
3.2.
Zoals hiervoor reeds is overwogen staat als onweersproken vast dat de huurovereenkomst ex artikel 3.2. van de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd per 10 mei 2025. Momenta BV gebruikt het gehuurde dan ook zonder recht of titel. De gevorderde ontruiming zal worden toegewezen, evenals de gevorderde huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 mei 2025, te vermeerderen met de contractuele rente wanneer tijdige betaling uitblijft.
geldvordering
3.3.
Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats. Aan de eisen voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is echter voldaan. Mitsdien wordt Momenta BV veroordeeld tot betaling van de onweersproken huurachterstand van € 30.075,30, te vermeerderen met de, eveneens onweersproken, contractuele rente van 1% per maand.
proceskosten
3.4.
Momenta BV is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lindeboom BV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.287,04
3.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Momenta BV om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte met afhankelijke woning aan de [adres] te [plaats] met al het hare en de haren te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan Lindeboom BV te stellen,
4.2.
veroordeelt Momenta BV om te betalen aan Lindeboom BV:
a. a) een bedrag van € 30.075,30 aan achterstallige huur tot en met 30 april 2025, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over het achterstallige bedrag, vanaf 13 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening,
b) een bedrag van € 7.116,99 per maand vanaf 1 mei 2025 tot aan de dag van de ontruiming, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over het achterstallige bedrag indien tijdige betaling uitblijft tot de dag van algehele voldoening,
4.3.
veroordeelt Momenta BV in de proceskosten van € 2.287,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Momenta BV niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt Momenta BV tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2025.
typ: ksf