Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
€ 400,55
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een leaseovereenkomst tussen Volkswagen en de gedaagde voor een Audi A3 Sportback. De gedaagde is vanaf januari 2024 in gebreke gebleven met betaling van leasetermijnen. Volkswagen beëindigde de overeenkomst per 17 mei 2024 en haalde de auto terug via een recherchebureau.
De auto werd geretourneerd met een kapotte sleutel en ontbraken de reservesleutel en hoedenplank. Volkswagen vordert betaling van onbetaalde leasetermijnen, kosten voor inname en transport, schadevergoeding voor ontbrekende onderdelen en buitengerechtelijke incassokosten.
De gedaagde betwist de schadevergoeding en enkele leasetermijnen, maar de kantonrechter oordeelt dat de schadevergoeding op grond van de algemene voorwaarden voor rekening van de gedaagde komt. Een kennelijke verschrijving in de factuur wordt gecorrigeerd en de gevorderde rente wordt afgewezen wegens vernietiging van een oneerlijk contractueel rentebeding.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van in totaal € 6.835,92 aan hoofdsom en incassokosten, alsmede de proceskosten van € 1.450,54, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 6.835,92 en proceskosten van € 1.450,54, rente wordt afgewezen.