Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
verbalisant [naam 2]het volgende [3] :
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
De rechtbank vindt het bovendien kwalijk dat de verdachte als asielzoeker naar Nederland is gekomen om bescherming te vragen, terwijl hij door zo te handelen, zelf geen enkel respect heeft getoond voor de bescherming van andermans lijf en goederen. Bovendien heeft het handelen van de verdachte ertoe geleid dat andere, welwillende, asielzoekers in een kwaad daglicht worden gesteld. Ook dat vindt de rechtbank kwalijk.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feiten 1 en 2 tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[benadeelde partij], ten aanzien van feit 1
toeen veroordeelt de verdachte
hoofdelijkom tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 12.166,67, bestaande uit 9.666,67 euro materiële schade en 2.500,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 7 oktober 2023 tot de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag door de mededader is betaald, de veroordeelde niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de
- bepaalt dat voor zover voornoemd bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.
mr. J.S. Spijkerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Mooijekind, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 mei 2025.