Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 april 2025 in zaak tussen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, verweerder
[derde-partij]uit [vestigingsplaats] (vergunninghoudster)
Rechtbank Limburg
Vergunninghoudster, een biologisch glastuinbouwbedrijf, vroeg een omgevingsvergunning eerste fase aan voor het bouwen van een biomeiler en andere bouwwerken. Verweerder verleende deze vergunning, maar omwonenden en een milieuorganisatie stelden beroep in omdat zij meenden dat de biomeiler niet voldeed aan het bestemmingsplan en het Bouwbesluit 2012.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen strijd met het Bouwbesluit 2012 aannam, omdat de gestelde tekortkomingen niet door het Bouwbesluit worden voorgeschreven en de statische berekeningen voldoende waren. Echter, de rechtbank vond dat het bestreden besluit onvoldoende aannemelijk maakte dat de biomeiler in hoofdzaak ten behoeve van de glastuinbouw zou worden gebruikt, zoals vereist door het bestemmingsplan.
Er waren onduidelijkheden en tegenstrijdigheden over de aard van de compostering, de hoeveelheid compost die verwerkt wordt en de verhouding tussen warmteproductie en gebruik. Ook was onduidelijk of de biomeiler de warmtekrachtkoppeling volledig vervangt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de biomeiler een ondergeschikte activiteit is binnen het glastuinbouwbedrijf.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bouwvergunning voor de biomeiler wegens onvoldoende onderbouwing van het bestemmingsplan en draagt op een nieuw besluit te nemen.