Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) van afdreiging en bedreiging met een vuurwapen. Ik werd door [verdachte] onder bedreiging van een vuurwapen gedwongen geld aan hem te geven. Wij zitten samen in de klas op het [naam school 1] , [adres 2] te Venlo. Op 18 september 2023 was ik op school. Net in de middag liep ik samen met [naam 2] en [naam 3] van gebouw junior naar gebouw senior. Ik zag dat [verdachte] samen met [naam medeverdachte] (
de rechtbank begrijpt: [naam medeverdachte]) ons tegemoet kwam lopen. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “Kom eens [naam slachtoffer 1] ”. Ik moest naar de fietsenstalling komen waar [verdachte] en [naam medeverdachte] bleven staan. Ik liep naar hen toe en [naam 2] en [naam 3] bleven staan en liepen niet met mij mee naar [verdachte] . Ik hoorde dat [naam medeverdachte] tegen mij zei: “Ja we hebben een aantal dagen contact proberen te krijgen met je broer. Maar hij voegt ons niet terug”. Ik begreep daaruit dat zij contact zochten via Snapchat. Ik zei: “Ja ik weet het niet” en vroeg of zij ruzie met mijn broer hadden of dat zij vrienden met mijn broer waren. Ik hoorde dat [naam medeverdachte] tegen mij zei dat zij problemen met mijn broer hadden. Ik hoorde dat [naam medeverdachte] tegen mij zei: “Jouw broer is ons nog geld schuldig”. Ik zei: “O ja” en ik wist niet wat [ik] er mee moest doen. Ik vroeg aan beiden hoeveel geld. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “4000 euro”. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “Ja maar jij bent zijn broertje”. Ik zei tegen [verdachte] en [naam medeverdachte] dat ik geen geld had. Ik hoorde dat [naam medeverdachte] aan mij vroeg: “laat maar je bank zien.” Ik voelde mij bang en wist niet wat mij te wachten stond. [naam medeverdachte] en [verdachte] kwamen zeer dreigend over. Doordat ik bang was, logde ik via mijn mobiele telefoon in op mijn Rabobankaccount. Ik liet [naam medeverdachte] en [verdachte] mijn banksaldo zien. Ik had 4.335,23 euro op mijn bankrekening staan. Ik hoorde dat [naam medeverdachte] en [verdachte] zeiden: “Dat is wel heel veel geld”. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “De [naam 7] begint we praten later wel kom we gaan nu eerst naar de [naam 7] ”. Wij zijn toen samen teruggelopen naar de klas. Tijdens het teruglopen hoorde ik dat [verdachte] tegen mij zei: “Voeg mij toe aan Snapchat.” Ik typte mijn naam in en [verdachte] voegde mij toe. Ik had voor mijn gevoel geen keuze. Ik durfde gewoon geen nee te zeggen.
de rechtbank begrijpt: [naam 6] , door aangever ook [naam 6] genoemd). Ik vroeg aan [naam 6] of hij een pinpas had. Ik hoorde dat [naam 6] tegen mij zei dat hij een pinpas had. Ik zei tegen [naam 6] dat ik hem geld zou sturen en vroeg aan [naam 6] of hij het dan wilde pinnen. [naam 6] vroeg aan mij hoeveel. Toen pakte [verdachte] de telefoon van mij af en zei: “Hoi [naam 6] , we gaan je geld sturen en jij moet die pinnen.” Ik hoorde dat [naam 6] zei dat hij dat niet deed. [naam 6] vroeg om andere mensen te vragen. Ik hoorde dat [verdachte] tegen [naam 6] zei: “Nee ik vraag het jou.” Ik hoorde dat [naam 6] zei dat hij net terug was van voetbal en dat hij moe was. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Als je er niet staat bij [naam locatie] dan schiet ik jou dood.” Ik liep samen met [verdachte] en [naam 5] naar [naam locatie] , [adres 5] te Venlo. [naam medeverdachte] ging niet mee die zou naar huis gaan. We liepen verder naar [naam locatie] en [verdachte] zei tegen mij dat ik iets moest vragen over mijn schoenen om zo niet aan [naam 6] te laten blijken dat ik afgeperst en bedreigd werd. Toen wij bij [naam locatie] aankwamen, zag ik dat [naam 6] al voor de [naam locatie] stond. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “Stuur het geld naar [naam 6] .” Ik kon door mijn limiet niet meer zoveel sturen. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: “Doe maar 200 euro.” [naam 6] stuurde mij een tikkie van 150 euro en een bedrag van 50 euro. Ik betaalde [naam 6] dat geld via het tikkie. Naast [naam locatie] is een pinautomaat van Geldmaat. Ik hoorde dat [verdachte] tegen [naam 6] zei: “Geef me je pinpas en pincode.” Ik hoorde dat [naam 6] zei dat hij het zelf wel ging pinnen. Ik hoorde dat [verdachte] tegen [naam 6] zei: “Moet ik je doodschieten of zo.” Ik zag dat [verdachte] zijn hand in het tasje had en ik zag dat [verdachte] daarbij het vuurwapen dat in het tasje bleef vasthield. [naam 6] heeft het vuurwapen ook gezien. Ik zag dat [naam 6] zijn pinpas en de pincode aan [verdachte] gaf. Ik zag dat [verdachte] bij Geldmaat het bedrag van 200 euro pinde. Ik ben toen naar huis gegaan.
de rechtbank begrijpt 24 september) samen met mijn moeder nog een keer met [naam 6] en [naam 6] zijn moeder. Mijn moeder vroeg aan [naam 6] : “Heeft hij jou bedreigd met een pistool?” Ik hoorde dat [naam 6] zei: “Ja hij heeft mij bedreigd met een pistool.”
[naam slachtoffer 1]heeft in een aanvullend verhoor – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard: [3]
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) tegen mij dat ik voor donderdag 21 september 2023 4000 euro aan hem moest geven anders zou ik wel zien wat er ging gebeuren. Ik moest maar van hem mensen regelen die een pinpas hadden zodat het geld gepind kon worden. Ik heb vervolgens mijn nichtje [naam 7] en [naam 8] , een vriendin van mij, gevraagd of zij tikkies konden sturen en dat ik dat vervolgens ging pinnen met hun pinpas. Ik heb naar [naam 7] 350 euro overgemaakt en naar [naam 8] 750 euro. Dit is allemaal overgemaakt middels tikkie. Ik heb bij drie pinautomaten gepind. Bij [naam locatie] , Jumbo in de stad en bij Jumbo Benders. Ik heb alleen gepind. Er was niemand bij. Dit had [verdachte] ook zo gezegd. Op school kreeg ik dan de pinpassen van [naam 7] en [naam 8] . Ik ging iedere keer pinnen als zij een tikkie hadden gestuurd en ik die had betaald. Ik moest van [verdachte] hem iedere dag geld geven. Omdat ik geen pinpas had en alles via Apple Pay deed, kon ik maar max 50 euro pinnen. Ik heb dit toen ook tegen [verdachte] gezegd. Ik ben vervolgens naar verschillende winkels gegaan om te pinnen met Apple Pay. Op 21 september 2023 heb ik samen met [naam 2] gepind. Ik ging eerst de winkel in en vervolgens ging [naam 2] de winkel in om geld te pinnen. Op de andere dagen heb ik alleen gepind.
de rechtbank begrijpt: de Koninginnesingel) net naast de brug staan omstreeks 18.30 uur. [verdachte] kwam op een [naam restaurant] fiets aan. Ik heb hem toen geld gegeven en dit heeft hij daar geteld in de bak waar je de pizza’s in doet. Ik heb hem toen daar 450 euro gegeven. Op 20 september 2023 omstreeks 19.30 uur moest ik naar het zwembad De Wisselslag komen en heb ik [verdachte] 250 euro gegeven. Op 21 september moest ik naar de stad komen omstreeks 21.30 uur. Ik parkeerde mijn fiets bij de Jumbo in de stad, Tegelpoort. Ik zag dat [verdachte] er al was. Vervolgens liepen wij naar de haven en heb ik hem daar het geld gegeven. Dit was 2500 euro. Vervolgens heeft [verdachte] dit geteld onder de brug bij de havekade. [verdachte] zei toen tegen mij dat ik hem nog 350 euro moest geven. U, verbalisant, vraagt mij wat er op 20 september 2023 is gebeurd. Ik heb [verdachte] een bericht gestuurd via Snapchat. In dat bericht stond dat ik hem geen geld meer ging geven. Toen stuurde hij dat ik naar buiten moest komen en dat wij er over gingen praten. We hadden afgesproken in een steegje bij Jumbo Benders in de buurt. Ik was daar als eerste. [verdachte] heeft mij toen een bericht gestuurd dat ik op hem moest wachten. Toen kwam [verdachte] . [verdachte] werd helemaal boos. Hij zei dat hij wist waar ik woonde, dat hij wist waar mijn zusje naar school ging en dat hij wist waar mijn moeder woonde.
rekeningafschriftend.d. 18 september 2023 tot en met 21 september 2023 van de rekening van [naam slachtoffer 1] als bijlagen gevoegd. Hierin is – zakelijk weergegeven – het navolgende vermeld: [4]
de rechtbank begrijpt [naam 6] , door aangever en zijn moeder [naam 6] genoemd). Ik ben met [naam slachtoffer 1] naar de ouders van [naam 6] gereden. Toen heb ik gevraagd aan [naam 6] of hij bedreigd was met het pistool. [naam 6] zei mij dat dat wel zo was.
Biomebijgehouden welke
InteractionC.dbdatabase de interacties tussen telefooncontacten geregistreerd. Ik zag dat gelegen tussen de periode 18 september 2023 en 21 september 2023 in totaal 210 interacties, afkomstig van het Snapchat-contact [verdachte] , werden vastgelegd. Ik zag dat via Snapchat gebeld was tussen [naam slachtoffer 1] en [verdachte] .
verdachteheeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – het navolgende verklaard:
de rechtbank begrijpt: aan) [verdachte] . Elke keer als ik [verdachte] op school tegenkwam, zei hij tegen mij dat wij na de pauze zouden gaan pinnen. Ik durfde geen nee te zeggen en ging met hem mee naar de pinautomaat. Wij gingen altijd naar de pinautomaat bij [naam locatie] (Venlo) om hier te pinnen. Ik pinde altijd 200 euro. Ik moest die vervolgens direct aan [verdachte] geven. Ik moest van [verdachte] liegen tegen [naam 10] en tegen [naam 10] zeggen dat het geld dat ik op mijn rekening had, gestolen was.
de rechtbank begrijpt: zei): “Wollah ik ga jou doodmaken” en hij stuurde vaker dat hij mij zou vermoorden als ik geen geld zou geven. Ik werd banger en banger van deze bedreigingen.
de rechtbank begrijpt: op) de grond was gevallen. Ik moest mee. Ik zei dat die scooter bij mijn tante stond. Ik moest toen met [verdachte] naar mijn tante lopen om de scooter van mijn moeder voor hem op te halen. Ik belde aan bij mijn tante. Mijn nichtje [naam 11] maakte open. Ik vroeg voor de sleutel van de scooter. Ik was zelfs op dat moment nog heel bang. Ik kreeg de sleutel, pakte de scooter van mijn moeder en gaf deze aan hem. [verdachte] zei vervolgens tegen mij dat ik mee moest komen op de scooter. [verdachte] parkeerde de scooter bij de Jumbo Vossener rond 23.00 uur nabij de fietsenstalling en zei: “Ik parkeer die op een plaats waar het niet te verdacht is.” Wij liepen vervolgens vanuit de Jumbo Vossener richting huis. Ik hoorde dat [verdachte] hier tegen mij zei dat ik anderhalve maand de tijd had om 1000 euro te regelen. Dan zou ik pas de scooter terug krijgen. Ik kreeg vervolgens thuis nog een bericht van [verdachte] waarin hij zei: “Zorg voor die geld.”
[naam slachtoffer 2]heeft in een aanvullend verhoor – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard: [11]
[naam slachtoffer 2]heeft in een aanvullend verhoor – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard: [12]
de rechtbank begrijpt: 2.200,- euro). [verdachte] had dit geld.
rekeningafschriftenover de periode 29 juni 2023 tot en met 4 november 2023 van de rekening van [naam slachtoffer 2] als bijlagen gevoegd. Hieruit blijkt dat op 4 juli 2023 nog een betaling is gedaan met pasnummer 003 en dat daarna betalingen worden gedaan met pasnummer 004. [13]
Snapchatgesprekkenals bijlagen gevoegd. Er vindt onder andere op 4 en 5 november 2023 het navolgende gesprek plaats: [19]
verdachteheeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – het navolgende verklaard:
de rechtbank begrijpt: [adres 9]in Venlo, waar [verdachte] verbleef, werden wij bijgestaan door verbalisanten [naam verbalisant 11] en [naam verbalisant 12] .
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het overige tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- geeft aan Bureau Jeugdzorg Limburg, locatie Venlo, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht als bedoeld in artikel 77aa, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 25 dagen;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 17 dagen;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[naam slachtoffer 1](parketnummer 03.294004.23 feit 1 en feit 2)
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 5.093,91, bestaande uit € 4.093,91 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 22 september 2023 tot de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt te zijn,