Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De inleiding
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
Gedaagden hebben hun woning verbouwd waarbij de keuken en de afvoer van de afzuiging zijn verplaatst naar een aanbouw aan de achterzijde, vlak boven de grond naast de erfafscheiding met eisers. Sindsdien ervaren eisers hinder van kooklucht die uit deze afvoer komt. Eisers vorderen dat de rechtbank verklaart dat sprake is van onrechtmatige hinder en dat gedaagden maatregelen moeten treffen om de overlast te beperken.
De rechtbank stelt vast dat de kooklucht inderdaad wordt verspreid naar de tuin en woning van eisers, zoals bevestigd door een milieukundig geuronderzoek. De hinder bestaat uit een alledaagse kookgeur die vooral onder de overkapping van eisers blijft hangen en doordringt in de woning bij open ramen en deuren. De duur van de hinder is beperkt tot de kookmomenten, ongeveer 45 tot 60 minuten per dag, en het hinderlijke effect doet zich vooral voor bij mooi weer.
De rechtbank weegt mee dat de hinder niet afkomstig is van sterk ruikende ingrediënten en dat de kooklucht een normale, alledaagse geur betreft. De voorgestelde technische maatregelen om de afvoer te verleggen of een filter te plaatsen zijn ingrijpend en kostbaar. Eisers is niet bereid financieel bij te dragen aan deze maatregelen, terwijl hij zelf relatief eenvoudige maatregelen kan treffen, zoals het sluiten van ramen of het verplaatsen in de tuin.
Gelet op de aard, ernst, duur van de hinder en de belangenafweging concludeert de rechtbank dat de hinder niet onrechtmatig is. De vordering wordt daarom afgewezen en eisers wordt hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eisers in de proceskosten.