Uitspraak
,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in oppositie met productie 1;
- de conclusie van repliek in oppositie.
Rechtbank Limburg
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Stichting Weller Wonen en een huurder over de ontbinding van twee huurovereenkomsten wegens een huurachterstand. De huurder was in verzuim geraakt met de betaling van de huur voor woonruimte en garage, wat leidde tot een verstekvonnis dat de huurovereenkomsten ontbond en de huurder veroordeelde tot betaling van de achterstallige huur.
De huurder kwam in verzet tegen dit verstekvonnis nadat zij de volledige huurachterstand inclusief kosten en rente had voldaan en de huurovereenkomsten onder dezelfde voorwaarden wilde voortzetten. De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand tot en met juli 2024 vaststaat en dat de huurder terecht is veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente vanwege haar verzuim.
Hoewel de huurder de achterstand inmiddels heeft betaald, rechtvaardigt dit niet het ongedaan maken van de tekortkoming die heeft geleid tot ontbinding. Persoonlijke omstandigheden en vermeende tekortkomingen van Weller Wonen in informatieplicht konden de ontbinding niet verhinderen. Het verzoek tot mondelinge behandeling werd ingetrokken. De kantonrechter verklaarde het verzet ongegrond, bekrachtigde het verstekvonnis en veroordeelde de huurder in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis tot ontbinding van de huurovereenkomsten wordt bekrachtigd.