Uitspraak
1.De procedure
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarbij de eiser schadevergoeding vorderde wegens vermeende gebrekkige reparatie van de gloeibougies van zijn camper. De oorspronkelijke dagvaarding was onjuist betekend door toezending per post aan het kantoor van de vennootschap zonder brievenbus, waardoor het verstekvonnis werd vernietigd.
Feitelijk had de gedaagde de twee buitenste gloeibougies vervangen, waarna de camper niet meer startte. De eiser bracht de camper naar een ander autobedrijf dat een nieuwe motor plaatste en bracht de kosten daarvan in rekening. De eiser stelde dat de schade het gevolg was van onzorgvuldige reparatie door de gedaagde en vorderde vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering verjaard was omdat het protest tegen het werk op 25 april 2021 was ingediend en de verjaringstermijn van twee jaar was verstreken voordat de dagvaarding werd betekend. Daarnaast was onvoldoende komen vast te staan dat de gedaagde onrechtmatig had gehandeld of tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst. De vordering werd daarom afgewezen en de eiser veroordeeld in de kosten van de procedures.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de schadevordering afgewezen wegens verjaring en onvoldoende bewijs.