Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
[naam] , uit Maastricht, verzoeker
Inleiding
16 april 2025.
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft een aanvraag om een verhuisindicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht is afgewezen. Tegen deze afwijzing is bezwaar gemaakt en vervolgens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang dat een onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. Hierbij is overwogen dat verzoeker weliswaar beperkingen ondervindt bij het gebruik van de badkamer en het verblijf op het vakantiepark, maar dat alternatieven zoals hulp bij wassen en het gebruik van een scootmobiel beschikbaar zijn. Tevens is niet gebleken dat verzoeker rolstoelgebonden is, waardoor de huidige woning passend zou zijn.
Ook de financiële situatie van verzoeker vormt geen spoedeisend belang, aangezien voldoende inkomen beschikbaar is en woonlasten worden betaald door het college. Daarnaast wordt op korte termijn een beslissing op het bezwaar verwacht en wordt door Housing First actief gezocht naar een passende, traploos toegankelijke woning.
Gelet op deze omstandigheden concludeert de voorzieningenrechter dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.