Uitspraak
DE BEREN KERKRADE,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 april 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt, en waarbij Ursa een pleitnota heeft voorgedragen en overgelegd.
Rechtbank Limburg
Werknemer trad op 11 december 2024 in dienst bij Ursa Kerkade met een arbeidsovereenkomst voor zeven maanden tegen een uurloon van €15,00, waarbij de horeca-cao van toepassing is. Hij meldde zich op 25 januari 2025 ziek en ontving sindsdien geen loon meer. Werknemer stelde dat partijen een minimale arbeidsomvang van 30 uur per week hadden afgesproken, wat Ursa betwistte en stelde dat sprake was van een nul-urencontract.
De kantonrechter oordeelde dat werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een minimale arbeidsomvang was overeengekomen. De schriftelijke overeenkomst vermeldde een nul-urencontract, loonstroken toonden 0,00 uren per week en getuigenverklaringen bevestigden dat tijdens het sollicitatiegesprek over een nul-urencontract was gesproken. Ook was onvoldoende bewijs voor ingeroosterde uren na ziekmelding.
De vorderingen tot doorbetaling van loon tijdens ziekte werden daarom afgewezen. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van €949,00. De uitspraak werd gedaan in kort geding op 17 april 2025 door de kantonrechter.
Uitkomst: Vorderingen tot doorbetaling van loon tijdens ziekte worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van minimale arbeidsomvang; werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.