Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 april 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, eigenaar van een woning, vordert dat gedaagde, zijn voormalige partner, de woning verlaat. Partijen woonden sinds juni 2023 samen, maar de relatie werd in november 2024 verbroken. Eiser stelde zich coulant op door tijdelijk elders te verblijven en gaf gedaagde meerdere termijnen om de woning te verlaten, die zij niet nakwam.
Gedaagde voert onder meer aan dat zij lijdt aan PTSS en hoopte op een herstel van de relatie. Zij ontkent de ontvangst van de sommatiebrief en erkent het eigendom van eiser. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de vordering omdat hij verstoken blijft van het gebruik van zijn woning.
Op grond van artikel 5:1 BW Pro heeft de eigenaar het recht zijn eigendom te gebruiken en anderen daarvan uit te sluiten. De vordering wordt toegewezen omdat gedaagde geen rechtvaardiging heeft om in de woning te blijven, geen bijdrage levert aan de lasten en een eerdere termijn om te vertrekken niet heeft nageleefd.
De dwangsom wordt gematigd tot € 100,- per dag met een maximum van € 20.000,- om naleving te bevorderen. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege de ex-relatie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de woning binnen twee weken te verlaten onder oplegging van een dwangsom.