Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
A: Wat ik kan zeggen, vanaf het moment dat hij terug kwam uit detentie.
A: Dat deed hij wel vaker. Op mijn arm. Dat was altijd op mijn arm.
A: Dat deed hij echt heel veel. Dat deed hij iedere avond. Hij sloeg mij heel vaak met een knokkel om me wakker te houden. Als hij eerder in slaap viel en ik daardoor ook, en hij was dan daarna eerder wakker, dan sloeg hij me. Of ik moest opdrukken om wakker te blijven. Als hij me op het hoofd sloeg met zijn vuist dan sloeg hij me zo hard als hij kon. Als er dan een blauwe plek ontstond dan had hij altijd wel een excuus.
A: [verdachte] was vaak alleen met de kinderen. Ik heb wel [slachtoffer] vaker apart gepakt. Ik had de indruk dat er iets was. Ik kan me een situatie herinneren dat ik onder de douche stond. [slachtoffer] kwam toen met een bloedende hoofdwond naar de douche. Ik zag dat [slachtoffer] tranen in zijn ogen had. Ik vroeg wat er aan de hand was. [verdachte] gaf toen als antwoord dat [slachtoffer] zich had gestoten aan de bench.
A: Bloedende hoofdwond, blauwe plek op zijn wang/gezicht, blauw oog. Heel soms zag ik andere kleine plekjes op het lichaam van [slachtoffer] . Ook heb ik een keer een kras bij zijn oor heb gezien.
A: Hoe pap deed. Hij deed vooral heel gemeen naar mijn broertje (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ). Hij deed slaan enzo.
A: Heel hard met de vuist. En als hij mijn moeder dan vroeg hoe dat kwam dan loog hij dat het van school was. Maar ik wist dat het niet zo was want ik hoorde het vaak en soms zag ik het ook.
A: Ik bleef op mijn kamer want ik was bang dat hij dit ook bij mij deed. Eerst hadden we ook een hond en dan beet hij door. Het was een Mechel. Als je naar mijn broertjes zijn arm kijkt, kun je dit gewoon zien.
V: En wat kun je dan zien?
A: Littekens.
V: Dat die Mechel [slachtoffer] beet, heb je dat zelf wel eens gezien?
A: Ja.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
- legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] (contactverbod) en dat de verdachte zich gedurende vijf jaren niet zal bevinden in de [adres] te [woonplaats] (locatieverbod);
- beveelt dat vervangende hechtenis van twee weken wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
- beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] (wettelijk vertegenwoordiger: [naam moeder] ), toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 8.089,95, bestaande uit € 89,95 aan materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 67,84 euro, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 8.089,95, bestaande uit € 89,95 aan materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 75 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.