Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 136,72
- griffierecht € 372,00
- salaris gemachtigde € 408,00
- nakosten
Rechtbank Limburg
De huurder heeft een woning gehuurd van Stichting Wonen Zuid en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, die inmiddels is opgelopen tot € 3.135,52. Ondanks erkenning van deze achterstand en persoonlijke financiële problemen, waaronder een ziektewetuitkering en eerdere compensatie uit de Toeslagenaffaire, heeft de huurder geen onderbouwing geleverd van haar huidige en toekomstige inkomsten.
Wonen Zuid heeft, gezien de langdurige financiële problemen en de aanwezigheid van een minderjarig kind, een ‘Housing plus traject’ aangeboden, een vorm van beschermd wonen, maar de huurder heeft dit aanbod afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de huurder zelf verantwoordelijk is voor de verzorging van haar kind en dat het weigeren van hulp voor haar rekening komt.
De kantonrechter wijst de ontbinding van de huurovereenkomst toe en bepaalt een ontruimingstermijn van twee maanden vanwege het minderjarige kind. Verzoeken om een termijnverlenging (terme de grâce) worden afgewezen vanwege het ontbreken van onderbouwing van toekomstige betalingen. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden en betaling van de huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten.