In deze civiele procedure vordert Zuyd Hogeschool betaling van een geldbedrag van de gedaagde. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis de hogeschool in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de eerlijkheid van bepaalde bedingen in haar algemene voorwaarden.
Zuyd Hogeschool stelde dat zij slechts de wettelijke incassokosten in rekening bracht en dat het beding niet oneerlijk was, maar was bereid het beding aan te passen. De kantonrechter oordeelde echter dat het beding de mogelijkheid biedt om meer dan de wettelijke incassokosten te vorderen, wat het evenwicht tussen partijen verstoort en daarom oneerlijk is.
Hierdoor werd artikel 5.3 lid 1 van de algemene voorwaarden vernietigd voor zover het incassokosten betreft, en werden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van de hoofdsom van €10.144,81 plus wettelijke rente vanaf 17 september 2024 en de proceskosten van €1.202,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.