ECLI:NL:RBLIM:2025:3222

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
4 april 2025
Zaaknummer
11332257 \ CV EXPL 24-4994
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering Billink wegens onbetaalde consumentenkoop en incassokosten

Billink Financial Solutions B.V. vordert betaling van €416,38 vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde, naar aanleiding van een koopovereenkomst tussen gedaagde en Dectdirect waarbij goederen werden gekocht voor €499,05. Gedaagde koos voor betaling achteraf via Billink, die de vordering overnam. Gedaagde betaalde deels (€197,00) maar liet de rest onbetaald.

Gedaagde stelde dat de bestelling voor zijn buurman was geplaatst en dat de factuur op diens naam stond, maar gebruikte zijn eigen e-mailadres voor communicatie. Billink stelde dat gedaagde de betalingsverplichting is aangegaan en herinneringen ontving, wat blijkt uit het openen van e-mails en het treffen van een betalingsregeling.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde met zijn e-mailadres de overeenkomst is aangegaan en daardoor in verzuim is. De vordering wordt toegewezen verminderd met de reeds gedane betalingen. De toepasselijke algemene voorwaarden bevatten eerlijke bepalingen over rente en incassokosten, die eveneens worden toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €416,38 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11332257 \ CV EXPL 24-4994
Vonnis van 2 april 2025
in de zaak van
BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Billink vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 416,38, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Billink legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Tussen Dectdirect en [gedaagde] is een koopovereenkomst tot stand gekomen, waarbij [gedaagde] voor een totaalbedrag van € 499,05 goederen heeft gekocht en geleverd gekregen. Doordat [gedaagde] gekozen heeft voor betaling achteraf aan Billink, heeft de webwinkel haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan Billink. Billink vordert nakoming van de koopovereenkomst. Doordat [gedaagde] de factuur onbetaald heeft gelaten, maakt Billink aanspraak op € 74,86 aan buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente van € 39,47, berekend vanaf de dag van verzuim tot 12 september 2024. Daarnaast vordert Billink de wettelijke rente vanaf 12 september 2024 tot de dag van volledige betaling.
2.3.
Op 11-10-2022, 27-01-2023 en 17-03-2023 heeft [gedaagde] nog betalingen verricht voor in totaal € 197,00. Deze betalingen heeft Billink op het voorgaande in mindering gebracht.
2.4.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat hij de bestelling heeft geplaatst voor zijn buurman, op wiens naam en adres de factuur is geadresseerd. Omdat de buurman geen e-mailadres heeft, is bij het plaatsen van de bestelling het e-mailadres van [gedaagde] ingevuld zodat [gedaagde] de verzending in de gaten kan houden. Daarnaast heeft [gedaagde] nooit correspondentie ontvangen van Billink dat de betaling door zijn buurman niet is verricht. De bestelling is nooit bij [gedaagde] aangekomen.
2.5.
De gemachtigde van Billink voert in de conclusie van repliek het volgende aan. De gegevens die door gedaagde bij het plaatsen van de bestelling kunnen door Billink niet worden gecontroleerd op juistheid. Er zijn door Billink diverse herinneringen en aanmaningen verstuurd naar het e-mailadres dat bekend is bij eiser als het e-mailadres van [gedaagde] . Deze e-mails zijn volgens het systeem van Billink ook geopend door [gedaagde] . Naar aanleiding van deze herinneringen is tussen Billink en [gedaagde] een betalingsregeling afgesproken. Hiertoe zijn ook een drietal betalingen verricht door [gedaagde] voor een totaalbedrag van € 197,00. Billink ziet deze betalingen door gedaagde als een erkenning van de vordering.
2.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] heeft hetgeen door Billink in de conclusie van repliek is aangevoerd niet weersproken. [gedaagde] heeft met zijn e-mailadres de bestelling geplaatst en is daarmee de betalingsverplichting aangegaan. Dat is gecontracteerd met [gedaagde] en niet met de buurman, blijkt ook wel uit het feit dat [gedaagde] al drie betalingen heeft verricht. Nu de factuur door [gedaagde] niet volledig is voldaan, is [gedaagde] daarmee in verzuim. De kantonrechter zal de gevorderde hoofdsom, minus deelbetalingen, dan ook toewijzen.
3.2.
[gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
Ambtshalve toetsen algemene voorwaarden
3.3.
Billink vordert betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971).
Rente
3.4.
De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 14 een Pro beding bevatten op grond waarvan eisende partij aanspraak kan maken op vergoeding van wettelijke rente. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding eerlijk is. Hieruit volgt dat dit beding niet ambtshalve vernietigd zal worden.
3.5.
De kantonrechter is verder van oordeel dat de vordering van eisende partij op dit onderdeel dient te worden toegewezen omdat Billink daarvoor voldoende gesteld heeft en [gedaagde] op dit punt geen verweer gevoerd heeft.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.6.
De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 14 een Pro beding bevatten op grond waarvan eisende partij aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
3.7.
De kantonrechter is van oordeel dat dit beding eerlijk is. Verder is de kantonrechter van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 74,86 toewijsbaar is.
Proceskosten
3.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Billink worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
448,54

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 416,38, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 september 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 448,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.