De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van een schuldenaar die een dwangakkoord wilde afdwingen tegen de weigering van schuldeiser Vivare. Vivare had bezwaar gemaakt vanwege de aantoonbare schade aan een woning en fraude met een verhuurdersverklaring, en vond een wettelijk schuldsaneringsproces (WSNP) passender.
De schuldenaar kampte met een langdurige verslavingsproblematiek en psychische stoornissen, stond onder bewind en had een minnelijk traject doorlopen waarbij het aangeboden bedrag aan schuldeisers was verhoogd naar 7,77%. De bewindvoerder toonde aan dat inmiddels een aanzienlijk bedrag was gespaard ten behoeve van de schuldeisers.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van Vivare niet redelijk was, gezien het belang van de schuldenaar en de overige schuldeisers en het feit dat het aangeboden percentage het hoogst haalbare was. Een WSNP-traject zou hogere kosten met zich meebrengen en daardoor minder opleveren voor schuldeisers.
Daarom werd het dwangakkoord toegewezen en Vivare verplicht om in te stemmen met de schuldregeling. De rechtbank sprak geen proceskostenveroordeling uit omdat geen griffierecht verschuldigd was en de schuldenaar niet door een advocaat werd bijgestaan.