ECLI:NL:RBLIM:2025:2924

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
28 maart 2025
Zaaknummer
11459727 CV EXPL 25-43
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 29 FWArt. 30 FWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming betalingsafspraken en vergoeding buitengerechtelijke incassokosten

In deze civiele procedure vordert eiser nakoming van betalingsafspraken uit een vaststellingsovereenkomst door betaling van een restantbedrag van €7.099,81, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde heeft niet gereageerd op de dagvaarding en is na de zitting failliet verklaard, wat de voortgang van de procedure niet belemmert.

De kantonrechter stelt vast dat de vorderingen van eiser niet zijn weersproken en toewijsbaar zijn. Naast het restantbedrag wordt ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van €729,99 toegewezen, conform het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.

Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten van in totaal €868,38, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €7.099,81 met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11459727 CV EXPL 25-43
Vonnis van 26 maart 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.P.M. Bergmans,
tegen
[gedaagde]handelend onder de naam
[handelsnaam],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het aan [gedaagde] verleende uitstel, waarna [gedaagde] niet meer heeft geantwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Ter rolzitting van 5 februari 2025 heeft [gedaagde] verzuimd om te antwoorden. Ter rolzitting van 12 februari 2025 heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak wordt gewezen.
De kantonrechter is ermee bekend dat [gedaagde] daarna, op 18 februari 2025, door de rechtbank Limburg in staat van faillissement is verklaard. Ingevolge artikel 30 FW Pro is artikel 29 FW Pro (een ambtshalve schorsing van de procedure ingeval van faillissement) niet van toepassing op procedures die voor vonnis staan. Daarmee kan vonnis worden gewezen.
2.2.
[eiser] vordert de veroordeling van [gedaagde] tot nakoming van de gemaakte betalingsafspraken in de vaststellingsovereenkomst door voldoening van het restantbedrag van € 7.099,81, met rente en kosten.
2.3.
De stellingen van [eiser] kunnen het gevorderde dragen en zijn door [gedaagde] niet weersproken. Het gevorderde aan hoofdsom en wettelijke rente daarover moet daarom worden toegewezen.
2.4.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is van toepassing en het gevorderde bedrag is ermee in overeenstemming. Daarom zal € 729,99 worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals gevorderd. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,38
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
339,00
(1 punt × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
868,38

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.099,81, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 november 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 729,99 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 868,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.
NIv