Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:2744

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
11508875 \ EZ VERZ 25-35
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 lid 3 BWArt. 4:218 lid 1 BWArt. 4:221 lid 2 BWArt. 4:226 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijstelling neerlegging rekening en vaststelling loon vereffenaar nalatenschap

Op 23 januari 2025 heeft verzoekster, mr. G. Zuidervaart-Tammenga, een verzoek ingediend tot vrijstelling van de neerlegging van de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst van de nalatenschap van de in 2021 overleden erflater. Tevens verzocht zij om vaststelling van haar loon als vereffenaar en toestemming voor storting van de erfdelen van drie erfgenamen in de consignatiekas.

De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 4:221 lid 2 BW Pro verzoekster van rechtswege vrijgesteld is van de neerleggingsplicht omdat alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan. Het loon van de vereffenaar wordt vastgesteld conform de Recofa-richtlijnen, waarbij ook maximaal vijf uur loon voor werkzaamheden vóór de benoeming als vereffenaar wordt toegekend. Het loon wordt vastgesteld op €12.937,32 exclusief btw.

Ten aanzien van de storting in de consignatiekas oordeelt de kantonrechter dat op grond van artikel 4:226 lid 1 BW Pro geen toestemming van de kantonrechter nodig is wanneer erfgenamen niet reageren of goederen niet in ontvangst nemen. Het verzoek tot toestemming wordt daarom afgewezen.

De kantonrechter bepaalt dat het vastgestelde loon ten laste van de boedel komt en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is op 25 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoekster wordt vrijgesteld van neerleggingsplicht, loon vastgesteld op €12.937,32 exclusief btw, en storting in consignatiekas zonder toestemming toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11508875 \ EZ VERZ 25-35
Beschikking van de kantonrechter van 25 maart 2025
op een verzoek van:
Mr. G. Zuidervaart-Tammenga, verbonden aan Zuidervaart en Tammenga notarissen te Brunssum,
verzoekster,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Op 23 januari 2025 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift van
mr. G. Zuidervaart-Tammenga (hierna: verzoekster) waarbij zij verzoekt:
  • op grond van artikel 4:221 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) haar vrijstelling te verlenen voor de neerlegging van de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst als bedoeld in artikel 4:218 lid 1 BW Pro;
  • op grond van artikel 4:206 lid 3 BW Pro haar loon als vereffenaar vast te stellen;
  • toestemming te verlenen voor storting van de erfdelen van [erfgenaam 1] , [erfgenaam 2] en [erfgenaam 3] in de consignatiekas.
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op [datum] 2021 is in [gemeente] overleden de [erflater] , geboren te [plaatsnaam] op [datum] 1930. Het laatste woonadres van erflater was gelegen te [plaatsnaam] .
2.2.
Verzoekster is bij beschikking van 29 maart 2023 van deze rechtbank benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

3.De beoordeling

Vrijstelling neerlegging rekening en verantwoording en uitdelingslijst
3.1.
Verzoekster verzoekt in de eerste plaats om vrijstelling van de neerlegging van de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst aangezien alle schulden van de nalatenschap konden worden voldaan.
In artikel 4:221 lid 2 BW Pro is bepaald dat een door de rechter benoemde vereffenaar geen rekening en verantwoording en uitdelingslijst hoeft neer te leggen, wanneer alle schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt.
Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit artikel dat verzoekster, nu zij verklaart dat alle schulden zijn voldaan, van rechtswege is vrijgesteld van deze verplichting. De kantonrechter zal verzoekster daarom slechts
voor zoveel nodigvan deze verplichting vrijstellen.
Vaststelling vereffenaarsloon
3.2.
Ingevolge artikel 4:206 lid 3 BW Pro heeft een door de rechter benoemde vereffenaar recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Conform de aanbevelingen van het LOVCK wordt voor de berekening van het loon van de vereffenaar aangesloten bij de regeling voor curatoren in een faillissement, de zogenaamde Recofa-richtlijnen.
3.3.
Verzoekster heeft in de bij het verzoek gevoegde urenspecificaties voldoende inzicht gegeven in de werkzaamheden van verzoekster en de aan haar kantoor verbonden medewerkers, en in de daaraan bestede tijd. De door verzoekster gehanteerde ervaringsfactor voor haarzelf en de overige medewerkers van haar kantoor, evenals het basisuurtarief, zijn conform de daarvoor geldende regelingen uit de Recofa-richtlijnen.
3.4.
Verzoekster vraagt de kantonrechter om haar loon vast te stellen op een bedrag van € 12.937,32 exclusief btw (€ 15.654,16 inclusief btw). Uit de overgelegde urenspecificaties blijkt dat er ook uren worden opgevoerd die liggen vóór het tijdstip van benoeming van verzoekster tot vereffenaar. Nu verzoekster op 29 maart 2023 tot vereffenaar is benoemd, kan de kantonrechter in beginsel enkel het loon vaststellen voor de werkzaamheden die vanaf 29 maart 2023 zijn verricht. Met de waardering c.q. beloning van de voordien verrichte werkzaamheden - kennelijk verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht - heeft de kantonrechter geen bemoeienis. De kantonrechter acht het echter wel redelijk - en dit is ook conform binnen de rechtspraak vastgesteld beleid - om voor de werkzaamheden voorafgaand aan de vereffenaarsbenoeming maximaal 5 uur loon als ‘pre-vereffeningskosten’ vast te stellen. Daarbij wordt het loontarief van de vereffenaar zelf als uitgangspunt genomen. De door verzoekster opgevoerde uren voorafgaand aan haar benoeming vallen binnen het maximale tarief van 5 uren en zijn dan ook toewijsbaar.
3.5.
De kantonrechter zal, nu niet gebleken is van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, het vereffenaarsloon over de periode van 29 maart 2023 tot en met 14 januari 2025 vaststellen op een bedrag van € 12.937,32 exclusief btw (€ 15.654,16 inclusief btw).
Storting consignatiekas
3.6.
Verzoekster verzoekt de kantonrechter om toestemming te verlenen om de erfdelen van een drietal erfgenamen die niet reageren op brieven van verzoekster, voor een totaal van € 438,09 te storten in de consignatiekas. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit artikel 4:226 lid 1 BW Pro dat een door de rechter benoemde vereffenaar wanneer erfgenamen na voltooiing van de vereffening niet bereid zijn goederen in ontvangst te nemen, deze aan de Staat afgeeft. Toestemming van de kantonrechter is hiervoor niet vereist.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
stelt verzoekster - voor zoveel nodig - vrij van de verplichting om de rekening en verantwoording en uitdelingslijst neer leggen,
4.2.
stelt het vereffenaarsloon over de periode van 29 maart 2023 tot en met 14 januari 2025 vast op een bedrag van € 12.937,32 exclusief btw (€ 15.654,16 inclusief btw),
4.3.
bepaalt dat dit bedrag ten laste van de boedel zal worden gebracht,
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
type: em