Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
Weller verhuurt een woning aan [gedaagde], die wordt geconfronteerd met een vordering tot ontruiming wegens het aantreffen van een aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk in de woning. Weller stelt dat het vuurwerk ernstige risico's op ontploffing met zich meebrengt, wat gevaar oplevert voor bewoners en omwonenden, en dat ontruiming noodzakelijk is om deze risico's te voorkomen en een signaal af te geven aan andere huurders.
[gedaagde] betwist de aanwezigheid van overlast en stelt niet op de hoogte te zijn geweest van het vuurwerk, dat door haar minderjarige zoon zonder haar medeweten is opgeslagen. Tevens voert zij aan dat het vuurwerk door de politie is ingenomen en dat er geen direct gevaar meer bestaat. Ook wijst zij op de hulpverlening aan haar en haar zonen en het ontbreken van vervangende woonruimte.
De kantonrechter overweegt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast, vooral in kort geding. Het spoedeisend belang ontbreekt omdat het vuurwerk in beslag is genomen en Weller onvoldoende heeft onderbouwd wat de ernst en omvang van het vuurwerk zijn en waarom de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
Daarom wijst de rechtbank de vordering tot ontruiming af en veroordeelt Weller tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.