ECLI:NL:RBLIM:2025:2142

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
7 maart 2025
Zaaknummer
C/03/338653 / HA ZA 25-58
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak inzake as en persoonlijke eigendommen overleden minderjarige naar andere rechtbank

Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit op 17 november 2021 een zoontje is geboren. Dit kind is in 2024 overleden en vervolgens gecremeerd. Eiser vordert een deel van de as van het kind, het Ajaxshirtje, de dvd van de rouwdienst en fotorapportages en filmpjes van een weekendverblijf bij de Stichting Opkikker.

De zaak is bij de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, aanhangig gemaakt. Echter is gebleken dat gedaagde een familielid is van een medewerker van deze rechtbank, wat aanleiding geeft tot mogelijke partijdigheid.

Op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de rechtbank Limburg besloten de zaak te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch. Partijen zullen daar verder worden geïnformeerd over de procedurele voortgang.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de Rechtbank Oost-Brabant vanwege mogelijke belangenverstrengeling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/338653 / HA ZA 25-58
Vonnis (bij vervroeging) van 26 februari 2025
in de zaak van
[eiser],
wonend te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. J.L.E. Marchal,
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. T.D.D. Loeffen.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 t/m 10
  • het B2-formulier waarmee mr. Loeffen zich heeft gesteld voor [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is op 17 november 2021 een zoontje geboren, genaamd [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] is overleden op [overlijdensdatum] 2024, waarna hij op 7 november 2024 is gecremeerd.

3.De overwegingen

3.1.
[eiser] vordert thans een deel van de as van [minderjarige] , het Ajaxshirtje van [minderjarige] , de dvd van de rouwdienst alsmede de fotorapportages en filmpjes, dan wel kopieën daarvan, van het weekendverblijf van [minderjarige] in maart 2024 bij de Stichting Opkikker.
3.2.
Onderhavige procedure is bij de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht aangebracht.
3.3.
Onderhavige zaak zal echter niet door deze rechtbank in behandeling worden genomen. Reden daarvoor is gelegen in het feit dat [gedaagde] een familielid is van een van de medewerkers van de Rechtbank Limburg.
3.4.
Gelet op het voorgaande, heeft de rechtbank besloten om de zaak op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, locatie ’s-Hertogenbosch.
3.5.
Vanuit de Rechtbank Oost-Brabant zullen partijen vervolgens in kennis worden gesteld over de voortgang van de procedure.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, locatie ’s-Hertogenbosch, Leeghwaterlaan 8, 5223 BA ’s-Hertogenbosch,
4.2.
bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van
woensdag 5 maart 2025voor beraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH