Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiser 2]uit [woonplaats 1] , eisers
[naam vergunninghoudster](vergunninghoudster) en
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die aan vergunninghoudster is verleend voor het bouwen van een erfafscheiding met een bouwhoogte die afwijkt van het bestemmingsplan. Eisers betwisten de vergunde hoogte en stellen dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor binnenplanse afwijking.
De rechtbank constateert een onduidelijkheid over de vergunde hoogte van de erfafscheiding, waarbij de vergunning 2,65 meter vermeldt, maar de feitelijke hoogte 2,57 meter is. Ter zitting is vastgesteld dat de vergunde en feitelijke hoogte 2,57 meter is, zodat het gebrek in het besluit wordt hersteld en geen reden geeft tot vernietiging.
De rechtbank beoordeelt dat de afwijking van 7 centimeter ten opzichte van de toegestane 2,50 meter geen onevenredige afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van het perceel van eisers. De door eisers aangevoerde wateroverlast en problemen met regenpijp zijn niet toe te rekenen aan de erfafscheiding. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter C. Drent op 7 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.