ECLI:NL:RBLIM:2025:194
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toevoeging voornaam wegens hinder en pesten
Verzoekers, de vader en moeder van de minderjarige, hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam van hun kind door toevoeging van een tweede voornaam. De minderjarige ervaart hinder en ongemak in het dagelijks leven vanwege haar Chinese voornaam, die moeilijk uit te spreken is, wat leidt tot pesten op school.
De rechtbank heeft de minderjarige in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, wat zij heeft gedaan in een gesprek met de kinderrechter. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro beoordeelt de rechtbank of er een zwaarwichtig belang bestaat voor de naamswijziging. Gezien de ervaren hinder en het negatieve gedrag van derden acht de rechtbank het belang voldoende aannemelijk.
Er zijn geen beletselen gevonden die de wijziging in de weg staan. De rechtbank gelast daarom de toevoeging van de voornaam, met de bepaling dat de griffier na drie maanden een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand zal zenden, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toevoeging van een tweede voornaam toe vanwege hinder en pesten door de oorspronkelijke voornaam.