Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De beslissing
spreekt de verdachte vrijvan het primair en subsidiair tenlastegelegde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 12 februari 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een meisje jonger dan 16 jaar in de periode van 1 juli tot 5 oktober 2019. De officier van justitie baseerde zich op de gedetailleerde en consistente verklaring van aangeefster, ondersteund door chatberichten en verklaringen van de zus en een vertrouwenspersoon van de scouting.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van aangeefster onvoldoende steun vindt in een tweede onafhankelijke bron, zoals vereist in artikel 342 lid 2 Sv Pro, en pleitte voor vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaringen van aangeefster gedetailleerd zijn, de ondersteunende verklaringen van de zus en vertrouwenspersoon van horen zeggen zijn en geen directe waarnemingen vlak na het strafbare feit bevatten.
De chatberichten betroffen een periode buiten de tenlastegelegde tijd en konden niet als steunbewijs dienen. Ook andere mogelijke verklaringen waren niet gehoord door de politie. De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.