ECLI:NL:RBLIM:2025:1796

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
12 februari 2025
Publicatiedatum
26 februari 2025
Zaaknummer
11539612 BT VERZ 25-999, VB-nr. 22518
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:147 lid 1 BWArt. 4:147 lid 2 BWArt. 1:345 BWArt. 1:253k BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtigingsverzoek verkoop woning in nalatenschap met minderjarige erfgenaam

De kantonrechter van de rechtbank Limburg behandelde een verzoek van een executeur om machtiging te verkrijgen voor de verkoop en levering van een woning die deel uitmaakt van een nalatenschap waarin een minderjarige erfgenaam is betrokken.

De executeur is op grond van artikel 4:147 lid 1 BW Pro bevoegd om goederen te gelde te maken indien dit nodig is voor de voldoening van schulden en lasten van de nalatenschap. Het testament verleent de executeur bovendien de bevoegdheid om zonder overleg met erfgenamen beslissingen te nemen over de verkoop van goederen.

De kantonrechter oordeelde dat de executeur zonder machtiging kan overgaan tot verkoop van de woning, omdat dit noodzakelijk is voor de afwikkeling van de nalatenschap. Een machtiging ex artikel 1:345 BW Pro jo 1:253k BW is daarom niet vereist. Ook zag de kantonrechter af van het openen van een bankrekening met een BEM-clausule voor de minderjarige, omdat het testamentaire bewind voldoende bescherming biedt.

Het verzoek tot machtiging werd derhalve afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor verkoop van de woning wordt afgewezen omdat de executeur zelfstandig bevoegd is tot verkoop zonder toestemming erfgenamen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Team Toezicht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11539612 BT VERZ 25-999
VB-nummer: 22518
Uitspraakdatum: 12 februari 2025

Beschikking op een machtigingsverzoek

op het verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1970,
wonende te [adres 1] , [woonplaats 1] ,
hierna: de verzoeker.
met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2008,
wonende te [adres 2] , [woonplaats 2] ,
hierna: de betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, per mail ingekomen op 11 februari 2025,
  • een aanvulling van het verzoek, per mail ingekomen op 11 en 12 februari 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

verzoek

Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging om als executeur in een nalatenschap over te gaan tot de verkoop en levering van de woning van de erflater, die onder andere aan de minderjarige betrokkene toekomt.

beoordeling

De verzoeker is een van de executeurs/afwikkelingsbewindvoerders in de nalatenschap van de erflater. Op grond van het bepaalde in artikel 4:147 lid 1 BW Pro is de executeur bevoegd door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap en de nakoming der hem opgelegde lasten. Uit het in het geding gebrachte testament volgt dat erflater gebruik heeft gemaakt van de hem in artikel 4:147 lid 2 BW Pro gegeven mogelijkheid om de executeur de bevoegdheid te geven, zonder overleg of toestemming van de erfgenamen, keuzes te maken over het te gelde maken van goederen en de wijze van tegeldemaking.
De kantonrechter begrijpt uit het verzoek dat de woning mede wordt verkocht, omdat dit nodig is voor de voldoening van schulden van de nalatenschap en nakoming van aan de executeur opgelegde lasten. De executeur kan dus zonder medewerking of toestemming van de erfgenamen tot de verkoop en levering van de woning overgegaan. Een machtiging ex artikel 1:345 BW Pro jo 1:253k BW ten behoeve van de minderjarige erfgenaam behoeft in dat geval niet te worden gegeven. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De kantonrechter heeft de mogelijkheid om ambtshalve te bepalen dat het aan de minderjarige toekomende deel van de opbrengst van de verkoop van de woning wordt gestort op een bankrekening ten name van de minderjarige die is voorzien van een zogenoemde BEM-clausule. De kantonrechter ziet hiervan af, omdat het testamentaire bewind voldoende is om de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige te beschermen. Daarom acht de kantonrechter het openen van een bankrekening met een BEM-clausule niet noodzakelijk, nuttig of wenselijk.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, R. Beenkens. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze beschikking kan – door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te