ECLI:NL:RBLIM:2025:1531
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende arbeidsinspanning
Verzoeker diende op 12 november 2024 een verzoekschrift in voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de mondelinge behandeling op 8 januari 2025 verschenen verzoeker en een vertegenwoordiger van de Kredietbank Limburg. De rechtbank toetste het verzoek aan artikel 288 Faillissementswet Pro, waarbij de goede trouw van verzoeker centraal stond.
De rechtbank constateerde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was. Er waren recente schulden ontstaan, waaronder een schuld aan het UWV en diverse vaste lasten, die onbetaald waren gelaten. Verzoeker werkte slechts 32 uur per week terwijl hij fulltime zou kunnen werken en voldeed niet aan zijn sollicitatieplicht. Tevens waren er onduidelijkheden over oudere schulden en financiële transacties, zoals een boete in Oostenrijk en onverklaarde geldopnames in Duitsland.
Gezien deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat verzoeker onvoldoende saneringsrijp was en onvoldoende inspanningen had verricht om zijn schulden te voldoen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende arbeidsinspanning.