Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiseres sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 30 augustus 2024, met producties,
- de beschikking van de kantonrechter te Maastricht van 5 september 2024 met zaaknummer 11289456 \ EZ VERZ 24-280, waarin is beslist tot verwijzing van de zaak naar de civiele rolzitting van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken in de rechtbank Limburg,
- de dagvaarding met producties 1 t/m 8,
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 3,
- het B2-formulier van 12 maart 2024 van de advocaat van [gedaagde] waarbij deze zich onttrekt als advocaat,
- de daarop volgende rolverwijzing naar 16 april 2025 voor het stellen van een nieuwe advocaat,
- de brief van de griffie van 16 april 2025 waarin is medegedeeld dat de reeds geplande mondelinge behandeling op 7 augustus 2025 geen doorgang zal vinden,
- de rolverwijzing naar 30 april 2025 voor uitlating aan de zijde van [eiseressen] over het verdere verloop van de procedure.
2.De feiten
- wat het verloop van het saldo van betaal- en spaarrekeningen van erflater was met onderbouwing van bankafschriften;
- wat de ontwikkeling is van de hoogte van de hypotheekschulden;
- wat de opbrengst is van de verkoop van de woningen aan de [adres 2] te [plaats] en de [adres 3] te [plaats] (inclusief notariële afrekening);
- welk bedrag (onderbouwd met stukken) gefinancierd met eigen vermogen, geïnvesteerd heeft in de woningen van erflater teneinde te kunnen vaststellen welk deel van de overwaarde gerealiseerd is door haar privéinvesteringen en welk deel voortvloeit uit de waardevermeerdering van de woningen van erflater;
[gedaagde] zal onderbouwd met documenten toelichten hoe de koopsom van haar huidige woning gefinancierd is (verhouding eigen privégeld en geld nalatenschap).
[gedaagde] zal [eiseressen] promt schriftelijk en/of per e-mail informeren als en zodra één van de omstandigheden zoals genoemd in artikel B onder k zich voordoet.
Vanwege het feit dat [gedaagde] voor informatieverstrekking mede afhankelijk is van derden (bijvoorbeeld boekhouder, banken, Belastingdienst) zal zij uiterlijk 1 juli 2024 de informatie verstrekken (ter zake de boedelbeschrijving en de jaarlijkse opgaven die betrekking hebben op de reeds verstreken jaren vanaf sterfdatum tot en met 2022).
3.Het geschil
4.De beoordeling
“wel heel snel met het veronderstellen en schetsen dat [gedaagde] geld onttrokken heeft, dan wel een buitensporig uitgavenpatroon heeft gehad.” [3]
- deurwaardersexploot € 138,41,
- griffierecht € 233,00
- salaris advocaat € 614,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
5.De beslissing
Mendes Bewindvoeringc.q. mevrouw M. Mendes de Leòn, postbus 23, 6202 NC Maastricht,