ECLI:NL:RBLIM:2025:13045

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
11805231 CV EXPL 25-2978
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenkoop van tweedehands auto met gebreken en ontbinding van de koopovereenkomst

In deze zaak heeft een consument, aangeduid als [eiser], een tweedehands auto gekocht van een handelaar, aangeduid als [gedaagde], voor € 1.900,00 zonder garantie. Na de aankoop vertoont de auto gebreken, waaronder een defecte brandstofsensor en versleten banden. [eiser] ontbindt de koopovereenkomst buitengerechtelijk, maar [gedaagde] weigert mee te werken aan de ontbinding. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] niet verplicht is om [eiser] te vergoeden, omdat [eiser] de risico's van de aankoop heeft aanvaard door geen garantie te vragen en geen aankoopkeuring te laten uitvoeren. De rechter concludeert dat de auto in een staat is die past bij de leeftijd en prijs, en dat de gebreken niet leiden tot non-conformiteit. De vordering van [eiser] wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11805231 CV EXPL 25-2978
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. W.J.F. Geertsen,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[handelsnaam],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om een consument, [eiser] , die bij een handelaar in tweedehands auto’s, [gedaagde] , een auto heeft gekocht voor € 1.900,00 zonder garantie en zonder aankoopkeuring. Al kort na de koop vertoont de auto gebreken. [eiser] ontbindt de koopovereenkomst buitengerechtelijk. [gedaagde] weigert hieraan mee te werken. Naar het oordeel van de kantonrechter hoeft [gedaagde] niets aan [eiser] te betalen.

2.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.

3.De feiten

3.1.
Op 10 oktober 2024 heeft [eiser] van [gedaagde] een gebruikte personenauto (een Smart Forfour, hierna de auto) gekocht tegen een koopprijs van € 1.900,00.
3.1.1.
[gedaagde] heeft [eiser] vooraf meegedeeld dat het bedrijf (of de vestiging) werd opgeheven en dat hij daarom geen garantie ging of kon verlenen. [eiser] heeft hiermee ingestemd. Op de factuur is opgenomen “
geen enkele vorm van garantie”.
3.1.2.
[eiser] was voor de koop tevens ermee bekend dat de stuurbekrachtiging het niet deed. Hij heeft hiervoor een korting van € 100,00 op de koopprijs gekregen. Andere bijzonderheden zijn niet meegedeeld. [eiser] heeft geen aankoopkeuring laten doen. [eiser] heeft voor de koop een proefrit met de auto gemaakt.
3.2.
Op 13 oktober 2024, drie dagen na de aankoop van de auto, is [eiser] met pech stil komen te staan. Nadat hij de auto heeft laten wegslepen, heeft [eiser] telefonisch contact opgenomen met het bedrijf van [gedaagde] . Een medewerkster maakte als eerste melding van “zonder benzine” als (mogelijke) oorzaak.
3.3.
De oorzaak van het stilvallen bleek gelegen te zijn in een probleem met de sensor van de benzinetank. De benzine was op, terwijl de brandstofmeter een halve tank aangaf.
3.4.
Op 14 oktober 2024 heeft [eiser] via het online klachtenformulier van [gedaagde] melding gemaakt van de kapotte sensor. Daarnaast is aangegeven dat de voorbanden niet goedgekeurd hadden mogen worden omdat er grote scheuren in zitten.
3.5.
[gedaagde] heeft bij emailbericht van 18 oktober 2024 ontkend op de hoogte te zijn geweest van het euvel met de sensor en meegedeeld dat de APK keuring is uitbesteed. Daarnaast heeft hij erop gewezen dat de koop is gesloten onder de voorwaarde van geen garantie.
3.6.
Bij brief van 24 oktober 2024 heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld en verzocht de auto te herstellen dan wel te vervangen. In die brief is onder meer meegedeeld:
.. en toen wisten jullie me direct te vertellen dat de tank leeg was, terwijl de meter meer dan een halve tank aangaf. De sensor bleek dus kapot te zijn, iets waarvan jullie op de hoogte waren, maar dit is niet aangegeven bij de verkoop. Ik ben daarop naar mijn eigen garage geweest en die heeft aangegeven dat er een nieuwe toevoereenheid in moet worden gezet, wat bijna € 500,00 gaat kosten. Zij hebben ook aangegeven dat de voorbanden niet goedgekeurd hadden mogen worden, omdat hier grote scheuren in zaten. De auto had dus niet de weg op gemogen. Kosten hiervan bedragen zo’n € 150,00.
3.7.
[gedaagde] heeft niet op dit schrijven gereageerd.
3.8.
Bij brief van 25 november 2024 heeft [eiser] de koop buitengerechtelijk ontbonden en [gedaagde] verzocht om het aankoopbedrag terug te betalen.
3.9.
Bij brief van 18 december 2024 heeft [eiser] [gedaagde] gesommeerd mee te werken aan de ontbinding. In dit schrijven is meegedeeld dat er nog meer problemen naar boven zijn gekomen. Hiervan is in dit schrijven een opsomming gegeven:
  • meldingen op het dashboard, oplopend in nummer (mogelijk transmissie)
  • een vreemd kloppend geluid bij het schakelen
  • het haperen van de tweede versnelling (mogelijk gaspedaalafstelling)
  • de airco ruikt naar benzine (mogelijk kapot spruitstuk) en piept
  • de v-snaar begint steeds meer te piepen (moet mogelijk vervangen)
  • lekkage in het dak
  • het rem- achterlicht werkt aan een kant niet.
Daarnaast is aangegeven dat de reparatiekosten van de stuurbekrachtiging ongeveer € 250,00 gaat bedragen terwijl voor dit mankement maar een korting van € 100,00 is gegeven.
3.10.
Op 8 en 13 januari 2025 heeft [eiser] [gedaagde] nogmaals een termijn gesteld om over te gaan tot teruggave van de aankoopsom.
3.11.
Op 26 februari 2025 heeft [eiser] zich gewend tot TOP Banden om de voorbanden te laten vervangen. Deze heeft zijn bevindingen neergelegd in een emailbericht van 24 april 2025 (productie 12):
De banden waren in erg slechte staat en waren dringend aan vervanging toe. Dit lukte echter niet daar de banden vastzaten met een zogenaamde slotbout (...) deze dop niet aanwezig was (…).
Ook was er geen mogelijkheid om de slotbouten op een andere manier te verwijderen, daar dit uiterst precair werk (om zodoende de velg niet te beschadigen) is wat een hoop tijd en specialistisch gereedschap vereist.
3.12.
[naam VOF] heeft in opdracht van [eiser] een algemene controle naar de staat van de auto verricht. De bevindingen zijn neergelegd in een offerte d.d. 21 maart 2025 (productie 10):
Op basis van de uitgebreide foutcodes en systeemstoringen die tijdens de diagnose zijn vastgesteld, is het als autovakmeester onze professionele mening dat het niet verantwoord is om nog geld te investeren in deze auto;
De auto vertoont uitgebreide elektronische én mechanische gebreken. De storingsoverzichten laten zien dat meerdere essentiële systemen niet naar behoren functioneren of onderling niet communiceren. Gecombineerd met de slechte staat van banden en remmen, ontstaat een onbetrouwbare en potentieel onveilig voertuig.
Als garage achten wij het economisch onverantwoord en technisch onverstandig om nog verder te investeren in reparaties aan dit voertuig. De kosten voor diagnose, herstel en onderdelen kunnen de waarde van de auto ruim overschrijden, zonder garantie op een blijvend betrouwbare werking.
3.13.
Daarnaast heeft AUTEL in maart 2025, in opdracht van [eiser] , een voertuig diagnostisch rapport opgesteld (productie 11). De kilometerstand bedraagt ten tijde van de test 141.684 (zie rapport).
3.14.
Op of omstreeks 30 mei 2025 heeft [eiser] de auto afgemeld bij de RDW. Op
10 juli 2025 heeft [eiser] [gedaagde] in rechte betrokken.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden wegens non-conformiteit en een tekortkoming in de nakoming (artikel 7:22 BW juncto artikel 6:265 BW). Daarnaast vordert [eiser] de veroordeling van [gedaagde] tot het (terug)betalen van € 1.900,00, met rente en kosten.
4.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] vindt dat de vordering moet worden afgewezen.
5. De beoordeling
vooraf
5.1.
[eiser] heeft als consument van [gedaagde] , die handelde in het kader van zijn bedrijfsactiviteit, een auto gekocht. Er is daarom sprake van een consumentenkoop.
Bij een consumentenkoop heeft de koper de bevoegdheid de overeenkomst te ontbinden als de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. In consumentenzaken is er een wettelijk vermoeden dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zich binnen een jaar na aflevering een afwijking voordoet van wat partijen zijn overeengekomen.
De bevoegdheid om te ontbinden ontstaat pas als herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, of de verkoper tekort is geschoten in zijn verplichting om binnen een redelijke termijn correct na te komen.
5.2.
Uitgangspunt is dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, dat wil zeggen aan de gerechtvaardigde verwachting van de koper moet voldoen. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Als een tweedehands auto wordt gekocht waarvan de verkoper weet dat deze wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, beantwoordt de auto in principe niet aan de overeenkomst als door een gebrek aan de auto (dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld) het gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren.
5.3.
Ook zonder garantie rust op de verkoper de verplichting om datgene te verkopen wat de consumentkoper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. De rechten die de wet aan een consumentkoper toekent bij een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper kunnen namelijk niet worden beperkt of uitgesloten. Dat een koper afziet van garantie, speelt wel een rol bij de vraag wat de koper mocht verwachten. De koper aanvaardt namelijk een groter risico.
5.4.
[eiser] heeft (met een uittreksel uit de KvK) onderbouwd dat het bedrijf niet is opgeheven, hetgeen [gedaagde] onvoldoende heeft betwist ( [gedaagde] heeft alleen onderbouwd dat de vestiging te Meerssen is opgeheven), maar dit laat onverlet dat [eiser] bewust heeft afgezien van garantie. [eiser] heeft kennelijk voor de aankoop wel nog contact gehad met zijn eigen garage, maar vaststaat dat [eiser] geen aankoopkeuring heeft laten verrichten. Hij is hiertoe als consument niet verplicht, maar aanvaardt ook daarmee een groter risico.
buitengerechtelijke ontbinding
5.5.
[eiser] heeft bij brief van 25 november 2024 de koopovereenkomst ontbonden, omdat de auto plotseling stil kwam te staan en [gedaagde] niet tot herstel of vervanging is overgegaan van de gebreken genoemd in de ingebrekestelling. Als gebreken zijn geduid het euvel met de sensor (1) en de staat van de banden (2). Aan de kantonrechter ligt hier uitsluitend de vraag voor of [eiser] de overeenkomst destijds rechtsgeldig heeft ontbonden. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend (waaruit voortvloeit dat het aankoopbedrag niet hoeft te worden terugbetaald).
5.6.
De kantonrechter stelt voorop dat - welke essentiële feiten niet in de dagvaarding zijn genoemd maar door [gedaagde] onbetwist zijn aangevoerd - [eiser] een auto heeft gekocht van bijna twintig jaar oud, met 137.516 op de teller, tegen een scherpe (lagere) prijs (in een soort van opheffingsuitverkoop) waarbij uitdrukkelijk geen enkele vorm van garantie is afgesproken en waarbij geen aankoopkeuring is gehouden. [eiser] heeft daarmee het
- aanzienlijke - risico aanvaard dat de auto gebreken zou (kunnen) gaan vertonen, ook op korte termijn. Hij mocht niet verwachten dat er geen (dure) reparaties in het verschiet lagen. Dat de auto APK gekeurd is (in dit geval op 22 juli 2024, voor een jaar geldig), geeft aan dat de auto niet als onveilig is aangemerkt, maar garandeert niet dat de auto (op niet APK keuringspunten) geen gebreken heeft.
5.6.1.
[eiser] stelt in de dagvaarding niet dat het gebrek met de sensor (alleen al) maakt dat sprake is van een non-conformiteit - al dan niet in de zin dat dit gebrek eraan in de weg zou staan dat met de auto op een veilige manier aan het verkeer kan worden deelgenomen. [eiser] stelt weliswaar dat de auto potentieel onveilig is, maar legt hieraan uitdrukkelijk andere, later opgekomen, gebreken aan ten grondslag. Uit de rapport van [naam VOF] , welk bedrijf blijkens de stukken de auto ook eerder heeft gezien in verband met de kapotte sensor, is ook niet op te maken dat de problemen met de (nimmer gerepareerde) sensor van invloed zijn op de vraag naar de veiligheid. De kantonrechter begrijpt dat er, ook zonder reparatie van de sensor, veilig met de auto kan worden gereden (zolang maar tijdig wordt getankt en of de gereden kilometers handmatig worden bijgehouden). Gelet op de leeftijd van de auto en dergelijke, mocht [eiser] ook niet verwachten dat de sensor niet van de ene op de andere dag stuk zou kunnen gaan.
5.6.2.
De stelling van [eiser] dat [gedaagde] in dit verband zijn mededelingsplicht heeft geschonden omdat [gedaagde] reeds zou hebben geweten van het euvel met de sensor, is door [gedaagde] betwist en door [eiser] niet verder onderbouwd. [gedaagde] erkent weliswaar dat er gesproken is over het zonder benzine komen te staan, maar geeft hiervoor als plausibele verklaring dat dit een eerst voor de hand liggende vraag betreft indien de auto stil komt te staan. [eiser] heeft nagelaten te onderbouwen dat (de medewerkster van) [gedaagde] zou
hebben gezegd dat de auto daarom stilstond c.q. dat dit dé oorzaak was c.q. dat [gedaagde] anderszins al afwist van het gebrek. De kantonrechter acht het ook opmerkelijk dat [eiser] in zijn uitvoerige emailbericht van 14 oktober 2024 aan [gedaagde] niet rept over die vermeende uitlating. Dat op internet gemakkelijk te vinden zou zijn dat problemen met de sensor een bekend euvel is bij dit merk en type auto, maakt het vorenstaande niet anders. [gedaagde] deed geen reparaties en beschikte ook niet over een garage. Hij deed enkel de in- en verkoop van occasions en wel van meerdere automerken, niet specifiek Smart. Er zijn in ieder geval onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat [gedaagde] het gebrek vooraf zou hebben geweten (en daarmee niet aan zijn mededelingsplicht - hetgeen voor de onderzoekplicht van de koper gaat - heeft voldaan). Gezien het vorenstaande was herstel of vervanging van de sensor hoe dan ook niet voor rekening van [gedaagde] .
5.6.3.
Voor wat betreft de voorbanden, staat in ieder geval vast de auto, met díe banden, (wellicht nét nog) door de keuring is gekomen. [gedaagde] heeft hiermee gemotiveerd betwist dat de banden ten tijde van de aankoop in onveilige staat zouden hebben verkeerd. [eiser] heeft bij de dagvaarding weliswaar met productie 10 onderbouwd dat er sprake is van een slechte staat van banden (en potentieel onveilig), maar dit is van vijf maanden na de aankoop en, gezien het kilometeraantal zoals dat volgt uit het voertuig diagnostisch rapport van rond die periode, heeft [eiser] toen al 4.000 km met die auto, en banden, gereden. Hij is weliswaar al in februari 2024 bij TOP Banden geweest, maar in het ongewisse is hoeveel hij toen al met de auto had gereden. [eiser] heeft hiermee niet onderbouwd dat de staat bij aanvang al dermate slecht was dat het gevaarlijk was om met de auto te rijden althans [gedaagde] heeft dit gemotiveerd betwist. Zo de staat al minder (maar nog niet gevaarlijk) zou zijn geweest, overweegt de kantonrechter dat [eiser] die staat zo heeft geaccepteerd omdat de staat van de banden, ook voor een leek, in beginsel gemakkelijk is te ontdekken. Een vervanging van de banden was daarmee niet voor rekening van [gedaagde] . [eiser] heeft verder weliswaar nog onderbouwd dat het de garage in kwestie niet lukte om de banden te vervangen, maar geeft in de dagvaarding toe dat, zoals uit de verklaring van TOP banden volgt, het feitelijk wel degelijk mogelijk is om die banden te (laten) vervangen.
5.7.
Gezien het vorenstaande was de auto in een staat die bij de leeftijd, het aantal gereden kilometers en de verdere omstandigheden bij de aankoop past. [eiser] kan zich met betrekking tot voormelde gebreken, separaat of in onderlinge samenhang bezien, dan ook niet met succes op de non-conformiteit beroepen. De kantonrechter komt daarmee ook niet toe aan het hiervoor genoemde bewijsvermoeden.
5.8.
De kantonrechter begrijpt de dagvaarding zo, dat juist c.q. enkel de gebreken zoals opgesomd in de brief van 18 december 2024 c.q. genoemd in de producties 10,11 en 12 maken dat sprake is van non-conformiteit. [eiser] miskent dat die gebreken niet ten grondslag liggen aan de ontbindingsverklaring en dat [gedaagde] ook niet in de gelegenheid is gesteld om deze later opgekomen gebreken te herstellen en of te vervangen. In de brief van
18 december 2024 is de mededeling van de buitengerechtelijke ontbinding slechts herhaald (waarbij als een ten overvloede melding is gemaakt van andere vermeende gebreken) en is [gedaagde] gesommeerd het aankoopbedrag terug te betalen. In de dagvaarding is een onjuiste voorstelling van zaken gegeven als ware die gebreken al gemeld voor de ontbindingsverklaring, maar dit strookt niet met hetgeen uit de stukken volgt. Dat [gedaagde] , die zonder gemachtigde procedeert, nog inhoudelijk is ingegaan op die overige vermeende gebreken, maakt het vorenstaande niet anders.
5.9.
De conclusie is dat van een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding wegens non-conformiteit en of een tekortkoming in de nakoming geen sprake is. [eiser] maakt daarmee geen aanspraak op enig bedrag. De vordering is daarmee niet toewijsbaar en wordt afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.
5.10.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat hij zonder gemachtigde heeft geprocedeerd en er geen zittingen zijn geweest die heeft bijgewoond.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
NIv