Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:13040

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
C/03/346996 / KG ZA 25-434
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot medewerking aan levering woning aan ex-echtgenote conform echtscheidingsconvenant

In deze kortgedingprocedure vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan de levering van zijn onverdeeld aandeel in de woning aan haar, conform het echtscheidingsconvenant uit 2014. De levering was tot op heden verhinderd door conservatoire en later executoriale beslagen, voortvloeiend uit een eerdere uitspraak van het gerechtshof Den Bosch.

De vrouw heeft haar vordering onderbouwd met producties en aanvullende stukken, terwijl de man verweer heeft gevoerd. Tijdens de mondelinge behandeling op 16 december 2025 heeft de voorzieningenrechter de zaak inhoudelijk behandeld en direct na de zitting het vonnis aangekondigd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat de man onvoldoende medewerking verleent. Daarom wordt hij veroordeeld om binnen twee weken na betekening van het vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering van zijn aandeel in de woning aan de vrouw, ten overstaan van een notaris. Indien de man weigert, treedt het vonnis in de plaats van zijn wilsverklaring en handtekening in de notariële akte. Tevens wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De man is veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan de levering van zijn onverdeeld aandeel in de woning aan de vrouw, met vervangende toestemming bij niet-medewerking.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/346996 / KG ZA 25-434
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres, hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. F.F.A.D.C. Tjalma,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. S.P.J. Oudenhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 november 2025 met de producties 1 tot en met 9,
- de op 12 december 2025 ingediende aanvullende producties 10 tot en met 14 van de zijde van de vrouw,
- de op 15 december 2025 in de late namiddag digitaal ingediende documenten al dan niet met bijlage, allemaal ongenummerd, in totaal 10 stuks, van de zijde van de man,
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025,
- de zittingsnotities van mr. Tjalma,
- de pleitnota van mr. Oudenhoven.
1.2.
Onmiddellijk na sluiting van de mondelinge behandeling is aangezegd dat het vonnis op 16 december 2025 zal worden uitgesproken en aan partijen zal worden verstrekt in kop-staart vorm; de motivering zal uiterlijk op 30 december 2025 worden gegeven.

2.De feiten

2.1. (
volgt later)

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de man zal veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering van het onverdeelde aandeel van de man in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de vrouw ten overstaan van notaris [naam notaris] , danwel zijn plaatsvervanger, met standplaats [woonplaats] conform de akte die als productie 9 bij deze dagvaarding is overgelegd;
zal bepalen dat, indien de man de onder sub a bedoelde medewerking niet verleent, dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van de noodzakelijke wilsverklaring, medewerking en/of handtekening van de man in de notariële akte van levering van zijn aandeel in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de vrouw conform de akte die als productie 9 bij de dagvaarding is overgelegd;
de man zal veroordelen in de kosten van deze procedure aan de zijde van de vrouw gevallen inclusief het salaris van de advocaat.
3.2.
De man voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1. (
volgt later)

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de man om binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn
onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering van het onverdeelde aandeel
van de man in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de
vrouw ten overstaan van notaris [naam notaris] , danwel zijn plaatsvervanger, met
standplaats [woonplaats] conform de ontwerpakte de dato 24 oktober 2025 die als productie 9 bij de dagvaarding is overgelegd,
5.2.
zal bepalen dat, indien de man de onder 5.1. van dit vonnis bedoelde medewerking niet verleent, dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van de noodzakelijke wilsverklaring, medewerking en/of handtekening van de man in de notariële akte van levering van zijn aandeel in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de vrouw conform de ontwerpakte de dato 24 oktober 2025 die als productie 9 bij de dagvaarding is overgelegd,
5.3.
veroordeelt de man in de proceskosten van € 2.407,45, plus de kosten van betekening,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
DS