In deze zaak heeft Sefe Energy Limited (hierna: Sefe) een vordering ingesteld tegen Gazprom Energy (hierna: [gedaagde]) voor de betaling van een restant bedrag van € 5.510,41, voortvloeiend uit een eerdere veroordeling tot betaling van € 500,00. De procedure is gestart na een verstekvonnis van 14 augustus 2019, waarbij [gedaagde] was veroordeeld tot betaling van een deel van de openstaande facturen. Sefe heeft in deze procedure de resterende vordering ingediend, maar [gedaagde] betwist de overeenkomst en stelt dat de vordering is verjaard.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat het verstekvonnis in kracht van gewijsde is gegaan, wat betekent dat de beslissingen uit dat vonnis bindend zijn voor beide partijen. [gedaagde] heeft niet tijdig gebruik gemaakt van de mogelijkheden om tegen het verstekvonnis op te komen, waardoor de kantonrechter oordeelt dat er een overeenkomst heeft bestaan voor de levering van energie.
Echter, [gedaagde] heeft zich beroepen op verjaring van de vordering. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Sefe niet heeft aangetoond dat de verjaringstermijn op rechtsgeldige wijze is gestuit. De correspondentie die Sefe heeft overgelegd, is niet naar het juiste e-mailadres van [gedaagde] gestuurd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de vordering tijdig is gestuit. Gezien deze omstandigheden heeft de kantonrechter de vorderingen van Sefe afgewezen en Sefe veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].