Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
In deze zaak, die op 17 december 2025 door de Rechtbank Limburg is behandeld, vorderde de eiser in conventie, [eiser in conventie, verweerder in reconventie], het exclusieve gebruik van de woning na de beëindiging van de affectieve relatie met de gedaagde in conventie, [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. De partijen zijn sinds 1 juli 2014 medehuurders van de woning en hebben samen twee meerderjarige kinderen. De affectieve relatie eindigde in augustus 2024, maar beide partijen wonen nog steeds samen in de woning. De eiser vorderde dat de gedaagde de woning zou verlaten en ontruimen, en dat hij gerechtigd zou zijn tot het voorlopig genot van de woning. De kantonrechter oordeelde dat de financiële situatie van de eiser stabieler was dan die van de gedaagde, en dat de belangen van de eiser zwaarder wogen in de belangenafweging. De vordering van de eiser werd toegewezen, en de gedaagde werd veroordeeld de woning binnen vier maanden te verlaten. De kantonrechter wees de vorderingen van de gedaagde in reconventie af, en compenseerde de proceskosten tussen partijen.