Op 16 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoekers, bestaande uit de Vereniging Veiligheidsdomein Nederland (VVNL) en Alternatief voor Vakbond (AVV), een voorlopige voorziening vroegen tegen de afwijzing van hun verzoek om dispensatie van de algemeen verbindendverklaring van cao-bepalingen voor de particuliere beveiligingssector. De burgemeester had eerder de kapsalon van de verzoeker gesloten op basis van de APV vanwege ernstig geweld. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had bij de voorlopige voorziening, omdat het belang voornamelijk financieel was en niet leidde tot een noodsituatie. Desondanks werd de sluiting van de kapsalon onrechtmatig geacht voor wat betreft de duur van drie maanden, en werd het sluitingsbesluit geschorst na vier weken sluiting. De voorzieningenrechter concludeerde dat de verzoekers niet voldoende hadden aangetoond dat zij specifieke bedrijfskenmerken hadden die hen onderscheidde van andere ondernemingen binnen de werkingssfeer van de cao. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had en de belangenafweging in het voordeel van de minister uitviel.