ECLI:NL:RBLIM:2025:12476
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking van rechters in civiele procedure na uitspraak
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Limburg op 11 december 2025 een beslissing genomen op het verzoek tot wraking van de rechters die betrokken waren bij een eerdere uitspraak. Verzoeker had op 26 november 2025 een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter in een andere zaak (C/03/345897 JERK 25-1678). De wrakingskamer had op 1 december 2025 dit verzoek ongegrond verklaard. Vervolgens diende verzoeker op 8 december 2025 een nieuw verzoek in tot wraking van de leden van de wrakingskamer die de eerdere beslissing hadden genomen. De wrakingskamer heeft in haar beoordeling vastgesteld dat op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een rechter gewraakt kan worden op basis van feiten die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar kunnen brengen. Echter, volgens het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan een verzoek tot wraking niet-ontvankelijk worden verklaard indien het verzoek is ingediend na de einduitspraak in de hoofdzaak. Aangezien er al een beslissing was genomen op het eerdere verzoek, werd het verzoek tot wraking van de rechters als niet ontvankelijk verklaard. De beslissing werd openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer.