Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: de verdachte) heeft hem (
de rechtbank begrijpt: die beste vriend) bedreigd. Hij zei onder andere: "Ik steek zijn banden lek". Toen ben ik aan de kant gegaan. Toen heb ik die vriend nog een keer geappt: "Je moet nu hier binnen komen". Toen ben ik naar onder gegaan. Ik ben niet naar buiten gegaan omdat hij anders misschien mijn spullen zou jatten. Ik zei tegen hem dat ik mijn lader ging pakken. Toen ben ik weer naar boven gegaan. Toen heeft hij zijn broek uit getrokken. Toen dwong hij mij om hem te pijpen. Toen heeft hij mij de douche in geduwd. Ik moest toen met hem douchen en daarna is hij gegaan. Hij heeft me nog geld gegeven. Toen hij ging heeft hij nog 5 minuten voor de deur gestaan om te zien of ik niets tegen mijn vrienden vertelde.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij] , van een bedrag van € 5.075,00, bestaande uit € 75,00 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van € 5.075,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.